HET REPUBLIKEINS GENOOTSCHAP


____________



MARTIN VAN AMERONGEN

Zeven Dolle Dagen

Een miljoenenverslindend museumstuk ter discussie

 

Het antimonarchisme leek uitgewoed. De stem van Wim Klinkenberg, luis in de pels van Prins Bernhard, is verstomd. De brochure die Anton Constandse over 'deze povere familie' schreef kreeg nauwelijks aandacht. De grammofoonplaat van de band The Royalty's ('Beatrix,nee, dat wordt niks, zij had al tricks in sixty six, die bolle harses op een riks, nee, dat wordt niks') is allang een collector's item geworden. Conclusie van H.A.Wijnen: 'Het koningsschap is buiten schot geraakt, en daar treuren in Nederland ook de republikeinen niet om '.

(...) Op de beroemde avond van de elfde september 1996 verzamelden zich een dertiental personen in de kelders van het Delftse Prinsenhof. Het waren de heren Vinken en Van Vollenhoven, Van Amerongen en Knapen, Dunning , Kremers en Zoutendijk, Kleiterp, Koopmans, Korteweg, Nelissen, De Ruiter en Visser. Twee uitgevers, twee hoofdredacteuren, een cardioloog, een ex-commissaris der koningin, de VVD-ex-fractiechef in de Senaat plus zes captains of industry.

Afwezig, met bericht van kennisgeving, de schrijver Mulisch en de ondernemer Schuitemaker.

De voorzitter van de vergadering, Pierre Vinken, president-commissaris van Reed Elsevier, bracht verslag uit van de activiteiten die aan de oprichting van het Republikeins Genootschap waren voorafgegaan. Het bleek een initiatief van hem en Nelissen te zijn, de oud-minister van Economische Zaken. Zij hadden vervolgens in het voorjaar van 1996 een aantal vrienden en relaties benaderd. Een groot aantal hunner weigerde als lid tot dat Republikeins Genootschap i.o. toe te treden, meestal uit vrees (of hoop) om Hare Majesteit onder ogen te moeten (mogen) komen. Anderen, minder beducht voor koninklijke repercussies, accepteerden de uitnodiging en leverden, ter ondersteuning van hun motieven, een republikeins statement bij voorzitter Vinken in.

Zij werden staande de vergadering voorgelezen:

'Een monarch in een democratie is een volstrekt symbolische figuur, uitsluitend voor de pomp and circumstance, zonder enige vrijheidsgraad en zonder opvattingen. Dat kan en mag in een open samenleving van vrije mensen van niemand gevraagd worden.'

'Waarom kies ik - met hoge achting voor het staatshoofd - structureel toch niet voor een monarchie? Komt dat omdat ik mij beken tot democraat in hart en nieren, niet genegen om binnen een democratisch bestel een schoonheidsfoutje te aanvaarden?'

De formele oprichting van het Republikeins Genootschap was een feit, een feit dat werd bezegeld door een ceremoniële handdruk van de beide initiatiefnemers. 'Daarbij werd door allen het glas geheven' aldus de notulen. 'Hier en daar klonk een beheerst Leve de Republiek!'

Bleef de vraag: Hoe zou het Republikeins Genootschap zich tegenover de buitenwereld presenteren? Terughoudend, was de communis opinio, het was nu eenmaal geen gezelschap van demonstranten, pamflettisten en/of bommengooiers. Ben Knapen, als oud-hoofredacteur van NRC Handelsblad, deed het voorstel 'over Genootschap en haar leden nog ongeveer twee jaar het zwijgen te bewaren en een tijdstip af te wachten waarop de zichzelf overschattende monarchie een fatale fout maakt.' Aldus werd besloten

Het dagblad de Volkskrant had echter heel andere plannen en publiceerde op 26 februari 1997 over de volle breedte van de voorpagina het bericht 'Prominente heren knabbelen wat aan het koningschap', waarmee het Republikeins Genootschap - tegen het voornemen in - in de openbaarheid was getreden. De leden-oprichters waren systematisch door de kranten afgebeld. Een aantal der republikeinen realiseerden zich opeens, met enige schrik, dat er op de Rotaryclub of binnen de raad van commissarissen over het algemeen wat positiever over de monarchie wordt gedacht.

'Waat!' riep Korteweg.

'Hoezo?' vroeg Nelissen.

De stroom aan obscurantisme, die vervolgens over het Republikeins Genootschap werd uitgestort, bewees dat er in Nederland nog steeds geen verstandige discussie over het voor en tegen van de monarchie te voeren viel.

Er werd gesproken over een 'duister stel' (premier Wim Kok), van 'landverraders' (zanger Gerard Joling), van een verzameling 'angsthazen' (Algemeen Dagblad) respectievelijk 'van een stel alcoholische lolbroeken dat thuis niets te vertellen heeft' (De Telegraaf).

Alsof het in werkelijkheid geen groep nette, sociaal redelijk geslaagde, niet zelden wegens hun maatschappelijke verdiensten koninklijk onderscheiden, heren betrof, die boven een kopje soep over de (legitieme) vraag hadden gediscussieerd, of de republiek wellicht boven de monarchie te prefereren valt.

De betreffende bijeenkomst had achteraf gezien onmiskenbaar iets van de joligheid van de jongensclub De Zwarte Hand, blijkt na herlezing van de notulen. In deze notulen is ook de twijfelachtige opmerking opgenomen over de wenselijkheid de leden exclusief uit masculien-autochtone kringen te rekruteren, een opmerking die vanzelfsprekend niet serieus bedoeld is geweest. Alsof er in onberispelijke mannen als L. Koopmans, L. van Vollenhoven, J. Kleiterp of A.J. Dunning ook maar de schaduw van dit soort sentimenten zou leven! Ondertussen kreeg Dunning, de officiële talent scout op jacht naar nieuwe PvdA-kamerleden, problemen omdat een aantal kandidaat volksvertegenwoordigers blijk gaf van het bange vermoeden, dat hij wellicht iets tegen landgenoten met een kleurtje zou hebben.

Want hoe gaat het in de praktijk, met name op momenten van nationale commotie? Zo'n al te koddig geformuleerde poging tot grappen maken wordt door De Telegraaf onmiddellijk tot monstrueuze proporties ('Antimonarchisten weren allochtonen') opgeblazen in dezelfde krant die sinds jaar en dag elke Marokkaanse fietsendief pleegt te stigmatiseren, liefst inclusief zijn telefoon- en sofinummer. De beschuldiging is gebaseerd op een brief van Harry Mulisch die na lezing van de notulen, feestelijk had verklaard zich 'als zoon van twee allochtonen' niet langer in het Republikeins Genootschap thuis te voelen. Allemaal aanstellerij natuurlijk, waarbij moge worden gewezen op het feit dat Mulisch' eigen Herenclub - nomen est omen - in de twintig jaar van zijn bestaan geen vrouw, geen allochtoon, laat staan een vrouwelijke allochtoon in zijn gelederen heeft toegelaten, en zeker niet van plan is dat ooit te doen (mondelinge mededeling van de schrijver).

Tussen de bedrijven door dreigde het feit over het hoofd te worden gezien dat dit Republikeins Genootschap een ernstig te nemen initiatief is, al proberen sommige leden en voormalige leden, door de publieke opinie onder druk gezet, het fenomeen krachtig te bagatelliseren. Zo spreekt Ben Knapen, de perschef van Philips, inmiddels over 'een schertsgezelschap' dat te Delft een premature een-aprilgrap heeft uitgebroed. Zijn verweer is vruchteloos. Het Republikeins Genootschap heeft de republiek op zijn agenda, niet meer en niet minder. Het feit, dat Hare Majesteit niet langer op de onvoorwaardelijke steun van de maatschappelijke bovenlaag kan rekenen, is voor de geschiedenis vastgelegd. Alle betrokkenen hebben eind 1996 gevolg gegeven aan de ondubbelzinnige uitnodiging - was getekend Pierre Vinken, Roelof Nelissen en Sjeng Kremers - tot het Republikeins Genootschap toe te treden. 'Wij zijn van mening,' schreven Vinken c.s. aan de vooravond van de oprichtingsvergadering 'dat de republikeinse staatsvorm, voor zover wij weten, het enige massaal voorkomende Nederlandse taboe is; het thema komt in onze hedendaagse samenleving vrijwel niet voor. Politici, van rechts tot links, ondanks de historische wortels van hun programma's, zijn bijna zonder uitzondering koningsgezind, of durven voor het tegendeel niet uit te komen. Tegen deze achtergrond is het bestaan van het Republikeins Genootschap noodzakelijk; het bestaan hiervan is een zwak, maar duidelijk signaal dat wellicht bezinning kan veroorzaken, vooral onder de jongere generaties.'

Het feit dat sommige leden van het Republikeins Genootschap zich inmiddels, belaagd door de media en geïntimideerd door de Gezonde Volksgevoelens, in hun keukenkastje hebben verschanst, bewaakt door twee bodyguards en de directiesecretaresse, laat de authenticiteit van hun republikeinse sentimenten onverlet. Wat het signaal in de richting van de jongere generaties betreft: het zal de initiators van het Republikeins Genootschap deugd hebben gedaan, dat alle paarse jongerenorganisaties (de sociaal-democraten, de links-liberalen en de centrumliberalen) zich met de antimonarchistische doelstellingen hebben gesolidariseerd. Toegegeven het is de vraag of de aankomende politici van nu , over een jaar of vijf nog dezelfde mening durven uit te dragen. Niettemin weten wij inmiddels, door signalen van links en rechts, dat de troon lang niet meer zo hecht in de vaderlandse bodem is verankerd als iedereen tot dusverre veronderstelde.

Het was De Telegraaf ('Laat ons vorstenhuis met rust!') die de tegenaanval opende. Veel landgenoten, berichtte dit dagblad, 'reageren geschokt'. Jos Brink (humorist) sprak in de kolommen van deze krant over een koninklijke belediging. Gerard Joling (zanger) gewaagde van een 'zielig clubje oude, verzuurde mannetjes'. De boodschap van Dolf Brouwers (volksheld, inmiddels overleden) was een krachtig 'Afblijven!' Het artikel besloeg een volle pagina, verluchtigd door een fries van, duidelijk uit het politieregister afkomstige, portretten van de republikeinse voortrekkers, aangevuld met een foto ('Koningin werkt onverstoorbaar door') van het bedreigde staatshoofd. De koningin kon gerust zijn. Jos Brink, G. Joling, Dolf Brouwers - en niet te vergeten Harry Mens, makelaar te Lisse - stonden als één man achter haar. Toch zijn zij, met alle respect, maatschappelijk en intellectueel van een andere statuur dan de hoogleraren, captains of industry, bankdirecteuren en thesauriers-generaal. Zij zijn het die tot menigeens verbazing de kritische blik op de monarchie blijken te hebben waarvan werd verondersteld dat deze exclusief was voorbehouden aan de kraakbeweging en een handjevol vergrijsde ex-PSP-ers.

Trouwens, in werkelijkheid was dat 'zielige clubje oude, verzuurde mannetjes' zielig, oud noch verzuurd. De ene helft is nog steeds actief in de top van (vooral) het bedrijfsleven. De andere helft is, ook na pensionering, nog steeds ijverig aan de slag, van commissaris ener onderneming tot bestuurder ener universiteit - en enig rekenwerk leert ons dat de gemiddelde leeftijd schommelt rond die van zowel de minister-president als die van de regerende vorstin.

Geen reclamebureau had de discussie over de republiek zo doeltreffend weten aan te zwengelen als de voornoemde Telegraaf, hetzelfde blad dat ongetwijfeld dagelijks bij menigeen van de Bende van Vijftien op de deurmat ploft. In het eerste stadium van de discussie constateerde 's lands gezond-verstand-krant dat de hele affaire eigenlijk nauwelijks de moeite van het vermelden waard was, om vervolgens een week lang ongelooflijke stampei te maken tegen dat 'stel tegen de midlife crisis vechtende kakkers', de gevangenen van zowel dokter Alzheimer als Koning Alcohol.

Het was sowieso een constante in de nationale berichtgeving: er moet, als je sommige kranten mocht geloven, gedurende de oprichtingsvergadering, op 11 september 1996, van het Republikeins Genootschap, een onstuitbare hoeveelheid drank door de gewelven van het Delftse Prinsenhof zijn gespoeld. Het Algemeen Dagblad signaleerde tal van exquise wijnen, premier Kok hield het op oranjebitter, andere bronnen spraken over 'menig overvol glas jenever'. Wat het ook moge zijn geweest, wijn, oranjebitter of ouwe klare, het een en ander resulteerde,volgens de berichtgeving, in 'lolligheid, en dronkemansretoriek'. In werkelijkheid, getuigen waarnemers ter plaatse, is er sprake geweest van een paar glazen Chateau le Thil Cômte Clary, jaargang 1993, met republikeins puritanisme uitgeschonken, want deze bordeaux is nogal aan de prijzige kant.

Waarom suggereren Harer Majesteits sokophouders, van Wim Kok tot de rijksvoorlichtingsdienst, niettemin dat de oprichtingsvergadering van het Republikeins Genootschap in een dronkemansbende is ontaard? Omdat in Nederland nog steeds de opinie overheerst dat een voorstander van de republikeinse staatsvorm op zijn slechts niet goed bij zijn hoofd is en op zijn best elke avond starnakel zat het bed in pleegt te tuimelen.

Formeel staat het de Nederlander vrij om zich, beschermd door artikel 7 van de grondwet, tegen de monarchie uit te spreken. Echt waar, dat is toegestaan, zonder dat men het risico loopt door de Prins Pieter brigade in de martelkamers van paleis Het Loo te worden opgesloten.

De republikeinen hebben een helder, rationeel standpunt: het erfelijk koningschap bij de gratie Gods is strijdig met de grondbeginselen van de parlementaire democratie, een erfelijke functie staat dwars op de menselijke intelligentie en het erfelijk koningschap is dus de volwassen burger onwaardig. De koning(in) is de enige ingezetene des lands die geen mening heeft respectievelijk geen mening mag hebben, wat van de familie Van Oranje een verzameling specialisten in hemeltergende platitudes en koninklijk kerstgezwatel heeft gemaakt.

De monarchisten demonstreren op hun beurt, intellectueel gezien, een pijnlijk gebrek aan niveau.

Een der vele voorbeelden is H. Koelewijn, voorzitter van de Oranjevereniging Bunschoten-Spakenburg, als getuige-deskundige in deze kwestie geconsulteerd. 'Onze koningin heeft een heel aparte plek in het hart van het volk' constateert hij. Neem haar aanwezigheid bij de Bijlmerramp, waarbij 'de bewogenheid en het medeleven' op haar gelaat stonden geschreven. 'Een president kan dit nooit opbrengen.' Bewogenheid en medeleven behoren blijkbaar tot het prerogatief van de Kroon.

Premier Wim Kok heeft zich in deze discussie naadloos met de volksgevoelens geïdentificeerd. Het republikanisme valt, wat de socialistische voorman betreft, onder de 'stomme dingen' en een eventuele uitnodiging om tot het Republikeins Genootschap toe te treden zou door hem 'met een grote rotvaart' in de prullenbak worden geworpen.

De vertoornde minister-president kon onmogelijk weten dat hij bij, even voor de oprichting, niet eens door de ballotagecommissie gekomen is! Hij bedient zich van die typische knechtentaal van het soort dienaren van de staat dat de klassieke hofhouding heeft aangenomen, 'een groep fletse freules en hielenklakkende kamerheren, en daar diep beneden hen de gewone mensen die al even kenmerkend onderdanen heten, met alles wat dat aan onderdanigheid en lakeiengedrag met zich mee brengt' (E.D. Dekker in het Algemeen Dagblad, even nadat het nieuws van de oprichting van het Republikeins Genootschap in de publiciteit was gekomen).

Hij was in die hectische dagen zo ongeveer de enige columnist of hoofdartikelenschrijver die bereid was het voor de heren republikeinen op te nemen - en is inmiddels dan ook onder zijn echte naam prof. dr. H. van den Bergh tot de organisatie toegetreden. Hij heeft gelijk, het primaire probleem is niet zozeer Hare Majesteit, maar haar lakeien, in en rondom Huis ten Bosch. Lakeiengedrag dat Koks toenmalige ministers Hans Wijers en Hans van Mierlo trouwens ook niet vreemd was. Zij gingen noodgedwongen in hun eentje naar de huispartijtjes ten paleize omdat Hare Majesteit immers geen ongetrouwde partners tolereert.

Wij schrijven de jaren negentig, even voor het betreden van een nieuw millennium.

Ondertussen zijn diezelfde Wim Kok en de zijnen de exponenten van de no-nonsensesfeer in den lande (weg met alle antiquaria en sociale sentimenten) die tot een uitgesproken no-nonsense initiatief als het Republikeins Genootschap heeft bijgedragen. Waarom zou je de PTT en de Nederlandse Spoorwegen privatiseren, luidt zo ongeveer de redenering, en tegelijkertijd een miljoenenverslindend museumstuk als de monarchie buiten de publieke discussie plaatsen? Als wij dan toch de natie aan het moderniseren zijn, moge dit zonder aanzien des persoons geschieden.

Want het is toch, nuchter bezien, allemaal onzin en trivialiteit. Wanneer hoort men in hemelsnaam iets verheffends uit het koninklijk milieu? Het is een en al gebedsgenezerij, promiscuïteit, zwijnenjacht in de koninklijke domeinen, overtredingen van de maximum snelheid, bij voorkeur in het gezelschap van 'our own people', de affaire-Roëll of de affaire-Lockheed, sprekende bomen, benevens een kroonprinselijke scriptie die als een staatsgeheim wordt bewaakt, bewaakt door een republikeinse hoogleraar, die niet ronduit voor zijn gezindheid durft uit te komen omdat hij in zijn vrije tijd de toespraken voor de koningin schrijft, maar zich ondertussen wel bereid heeft verklaard om voor het Republikeins Genootschap een deftige voordracht te houden, zij het onder de strikte voorwaarde dat niemand het aan Beatrix zal doorvertellen.

Het is verheffend noch volwassen en in elk geval is het - daar heeft de republikeinse trojka Vinken-Nelissen-Kremers volkomen gelijk in - niet meer van deze tijd.

De Volkskrant was in die dagen van nationale commotie een der weinige dagbladen die het hoofd koel heeft gehouden. Met Beatrix valt inderdaad redelijk te leven, schreef het dagblad. 'Maar hoe zal het gaan als zij straks wordt opgevolgd?'

Dat is en blijft een centrale vraag in het debat. Is die aanstaande opvolging gereserveerd voor een kroonprins die tot dusverre geen overtuigende indruk heeft gemaakt, wellicht die 'fatale fout' die de monarchie volgens Ben Knapen, op de oprichtingsvergadering van het Republikeins Genootschap, gaat maken?

Voor de rest bestond en bestaat de berichtgeving op de republikeinse woelmuizerij tot op heden uit een hybride destillaat gevormd uit louter romantisch-sentimentele bestanddelen: het Republikeins Genootschap was geheim, er was sprake van een lek, die mannen en vrouwen hebben sociale status, er is een ogenschijnlijk conspiratief element, menige betrokkene is koninklijk onderscheiden, wat zal de koningin verdrietig zijn, wat hebben die deftige meneren er die avond op los gegeten en gedronken.

Het is voer voor massapsychologen en communicatiedeskundigen, vergelijkbaar met het nationale schandaal dat ontstond toen in 1956 de toenmalige PvdA-leider G.M. Nederhorst het in zijn hoofd haalde de monarchie een 'betwiste zaak' te noemen, belichaamd in de troonopvolgster-in-spe 'wier eigenzinnigheid' krachtig in toom zou moeten worden gehouden. Ook toen was het Koninkrijk der Nederlanden te klein om de volkswoede te beteugelen. 'Maar men mag toch eerlijk zeggen en schrijven wat men wil?' sprak Nederhorst geschrokken.

Nee, dat mocht beslist niet en het lijkt, meer dan dertig jaar na dato, nog steeds niet te mogen.

Als het althans aan de nog steeds machtige monarchistenlobby ligt, die nog altijd in staat blijkt de andersdenkenden te chanteren, omdat vrijelijk beleden republikanisme een maatschappelijk risico betekent en dus slechts aan een enkeling is voorbehouden. Zoals aan het merendeel der leden van het Republikeins Genootschap, die zich, grijs en wijs geworden, inmiddels in de marge van de macht bevinden en daarom maatschappelijk minder kwetsbaar zijn dan vroeger, toen zij nog minister of commissaris van de koningin waren.

Hoe dan ook, dit 'duistere stel', om andermaal Hare Majesteits eerste dienaar te citeren, heeft het onderwerp 'monarchie versus republiek' weer op de politieke agenda weten te plaatsen. De gevoelens op Huis ten Bosch zullen gemengd zijn. Beatrix weet nu dat haar bij de gratie Gods geschonken betrekking omstredener is dan zij dacht, ook in het maatschappelijke milieu dat zij tot voor kort als haar natuurlijke bondgenoot beschouwde.

Op die Zeven Dolle Dagen, waarin het Republikeins Genootschap het voornaamste gespreksonderwerp in de dag- en weekbladen is geweest, volgde een periode van betrekkelijke stilte. Betoonde het Republikeins Genootschap zich 'te weinig strijdbaar', zoals sommigen beweerden? Ja, althans in de ogen van degenen die graag hadden gezien dat de Bende van Vijftien met wapperende republikeinse vaandels de koninklijke paleizen zou bestormen. Nee, in de ogen van diegenen die de, uiteindelijk vrij gematigde, doelstellingen van het Republikeins Genootschap kennen: het ter discussie stellen van de monarchie, niet meer en niet minder. Dat is onloochenbaar gelukt, niet in de laatste plaats dankzij de welwillende medewerking van het Koninklijk Huis, waarvan het optreden plotseling een hoog operettegehalte lijkt te hebben gekregen. Het ene incident reeg zich aan het andere. Beatrix liet weten tot brakens toe op het traditionele ringsteken en koekhappen te zijn uitgekeken. De aangetrouwde Pieter wenste prins te worden. Willem-Alexander trad onder veel tumult ('Judas! Saboteur!') toe tot een twijfelachtig gezelschap als het Internationaal Olympisch Comite. Juliana, Bernhard en Margriet lieten zich op de bruiloft van een der prinsen openlijk verleiden tot 'vervloekte afgoderij', waarmee zij een ware godsdienstoorlog ontketenden in kerkelijk Nederland, althans wat daar nog van over is.

Het koninghuis heeft altijd al in de.schijnwerper gestaan.Sinds de oprichting van het Republikeins Genootschap begin het erop te lijken dat het zeven dagen per week de publieke aandacht vraagt, niet zelden begeleid door commentaren waarin een scherpere toon wordt gehanteerd dan in het verleden, toen alles wat Oranje deed welgedaan was, op die paar (het huwelijk van Beatrix, de bijverdiensten van haar vader) bijna fatale momenten na. Thans schrijft zelfs Elsevier over een monarchie die 'niet past in deze moderne tijd', waarbij ook Beatrix de onfeilbare niet langer buiten schot blijft, de vorstin wier ongenaakbaarheid ook haar huispostilles begint te ergeren. Zie NRC Handelsblad: 'Ze is niet gewend te worden bekritiseerd en ze heeft haar tegenspraak niet goed georganiseerd. Als ze weerwoord krijgt, kan ze snel geïrriteerd raken.' De Telegraaf staat nog altijd pal. Maar zelfs het navenant populistische Algemeen Dagblad lijkt bezig een voorzichtige draai te maken. 'Plotseling, van de ene op de andere dag, bijna, is de afschaffing van de monarchie weer een hot item,' met als gevolg dat 'de aanhang der antimonarchisten groeit'.

Traag, maar gestaag, zoals blijkt uit de ledenlijst van Pierre Vinkens Republikeins Genootschap. In de sociale samenstelling heeft zich weliswaar een lichte verschuiving voorgedaan van de captains of industry in de richting der kunstenaars en intellectuelen, die wat minder onder maatschappelijke pressie staan. Bankdirecteur of dichter, het zijn en blijven allemaal 'Nederlanders van naam' (andermaal het AD), terwijl de verdedigingslinies van Oranje als altijd worden bezet door 's lands specialisten in onvrijwillige paljasserij. Een voorbeeld is de, inmiddels overleden, zanger Leo Fuld met zijn gelegenheidslied 'God zegen Beatrix, de mooiste koningin...', afgesloten met een militant 'Je Maintiendrai'. Het Dordtse echtpaar drs. J.R van Waalwijk van Doorn, psychiater-zenuwarts, en zijn echtgenote A.E.M. van Waalwijk van Doorn - geb. Jhvr. Van de Poll - schreef op zijn beurt een Open Brief waarin werd opgeroepen Ons Volk te mobiliseren tegen de Gevaarlijke Schertsfiguren, die het hebben gewaagd zich vol Hoon en Spot op te stellen tegen de meer dan 400 jaar Geloof, Hoop en Liefde In en Op en Jegens Onze Oranje Vorsten.


____________

Uit: Tom Rooduijn (red.), De Republiek der Nederlanden, Amsterdam 1998, 122-140