HET REPUBLIKEINS GENOOTSCHAP

 

Bernhard bijt van zich af

De open brief die prins Bernhard zaterdag jl in de Volkskrant geplaatst heeft kunnen krijgen, haalt een kleine kudde oude koeien uit de sloot. Het gaat om de reputatie van zijn ouders en die van hemzelf, waarover zijns inziens een aantal verkeerde beelden zich hebben vastgezet in het collectieve geheugen. Om zijn rectificaties kracht bij te zetten heeft hij zijn open brief laten vergezellen van een rapport van een bevriende oud-hoofddirecteur van de Rijksverzwijgingsdienst, de RVD. In dit rapport passeren een paar hardnekkige geruchten de revue, zoals de wuftheid van zijn moeder, prinses Armgard, zijn eigen rol als bamboucheur met bastaardzonen in Londen, het veronderstelde verraad van de luchtlandingen bij Arnhem waarbij uit zijn hoofdkwartier gelekt zou zijn, de Greet Hofmansaffaire en een aanbod aan Himmler om landvoogd van de gouw Nederland te worden onder Duitse hegemonie. Gelukkig is niets van dat al die lelijke geruchten gegrond. Zijn moeder was zo heilig, dat het een wonder is dat Bernhard Łberhaupt ter wereld is gekomen, er zijn geen buitenechtelijke kinderen te vinden in de Londense akten van de burgerlijke stand, vrijgepleit is hij allang van het mislukken van de slag om Arnhem, in de Greet Hofmansaffaire deed hij alleen zijn plicht door de publiciteit op te zoeken en de minister-president in te lichten, en wie landvoogd zou willen worden in de loop van 1942 zou wel stapelgek zijn, want toen wist men in geallieerde kringen allang dat Duitsland de oorlog ging verliezen. Toch is deze wasbeurt ook jammer. Wij houden juist van prins Bernhard omdat hij in onze ogen een schuinsmarcheerder is, en hij vormt een bijdrage tot instandhouding van de monarchie omdat hij een kleurrijke boef is. Een beetje prins hoort bastaarden te verwekken, al was het maar als compensatie voor zijn constitutionele corsetten. We kunnen hoop putten uit het verhaal over de Parijse dochter, waarover Bernhard geen briefje open doet. Aan heilige boontjes hebben we weinig behoefte, want die spreken niet tot de verbeelding. We mogen blij zijn dat hij nogal selectief in zijn geheugen heeft rondgewoeld, en dat zijn doen en laten van de laatste dertig jaar niet meer aan de orde komt. Er is nog genoeg over. Als niet-historicus zal ik geen poging wagen het waarheidsgehalte van zijn relaas te beoordelen. Het verhaal is trouwens hier en daar best geestig, zoals waar hij opmerkt dat langetermijnplanning niet meer erg zinvol is, en dat hij daarom maar geen rechtsgedingen meer aanspant. Overigens: als de prins wat DNA-materiaal afstaat kan dat gematcht worden met dat van veronderstelde kinderen.Dan zijn die verhalen voorgoed de wereld uit.Mijn kanttekeningen hebben te maken met de staatkundige context van de brief. De premier en de koningin hebben het groene licht gegeven voor de publicatie. Die wordt dus gedekt door de ministeriŽle verantwoordelijkheid. Maar hier moet een beslissende nuance worden gemaakt: het feit van de publicatie wordt erdoor gedekt, maar de premier staat niet in voor de juistheid ervan.'De prins heeft er recht op om in de laatste fase van zijn leven zijn verhaal te plaatsen tegenover de aantijgingen aan zijn adres' moet Balkenende gezegd hebben. Hij laat de waarheid dus wijselijk in het midden. Dat is waarschijnlijk ook de reden dat de RVD geen bemoeienis met de publicatie heeft gehad, of in elk geval niet zelf de openbaarmaking heeft bezorgd. Bij de (afgeleide) verantwoordelijkheid die Balkenende draagt voor het doen en laten van leden van de koninklijke familie worden in dit geval de teugels dus wat gevierd ten gunste van hun vrijheid van meningsuiting. Daarmee daalt de koninklijke familie, die voorheen hoog placht te zwijgen, verder af in de arena van de gewone mensen. Zij grommen, bijten van zich af, starten rechtsgedingen als hun reputatie wordt aangetast. Dat hun reputatie wordt aangetast door praatjes en geruchten, al dan niet op waarheid berustend, hangt samen met hun zwijgzaamheid en geslotenheid. Zij moeten dan niet raar opkijken als er ongeautoriseerde verhalen in omloop komen, en ook niet meer zeuren dat zij zich niet kunnen verweren. Deze mythe van de weerloosheid is met de open brief voorgoed oude koek geworden. Vanaf heden blijken zij zich dus wel te kunnen keren tegen geruchten. Trouwens, Willem Friso ging zijn grootvader voor door o.m. het gerucht te ontkennen dat hij homo zou zijn, met het waarheidszegel nog wel van de RVD. Het aan het gezicht onttrokken leven van het koninklijk huis en de koninklijke familie wordt dus steeds vaker het onderwerp van officiŽle verklaringen door of namens de betrokkenen. Dit lijkt onontkoombaar, maar tast het vrije droomleven van de bevolking over hun idolen onherroepelijk aan nu deze afdalen onder het gewone volk. De modernisering van de monarchie, waarvan deze vergroting van de openbaarheid een aspect is, vormt tegelijk een nagel aan hun doodskist. Dat Prins Bernhard beseft dat het schoonvegen van straatjes wel in het openbaar kan geschieden, maar het doen van de vuile was niet, blijkt uit het feit dat hij zich uit alle macht ( en met succes) op zijn verschoningsrecht als familielid heeft beroepen in het geding dat zijn kleindochter Margarita tegen de Staat heeft aangespannen. Voorlopig zullen we dus uit zijn mond weinig over zijn machinaties tegen haar partner en haarzelf vernemen. Behalve als we hem daarin de rol van de kwade pier toedichten, want dan zal hij zich allicht geroepen voelen weer iets recht te zetten. Ook het gerucht dat hij de boete die hij heeft betaald voor de mishandelende Albert Heyn-medewerkers in ťen moeite door bij het ministerie heeft gedeclareerd kan hij bij gelegenheid dan ook weerspreken.

Ulli Jessurun d'Oliveira is oud-hoogleraar aan de Rechtenfaculteit van de Universiteit van Amsterdam, en lid van het Republikeins Genootschap


____________