HET REPUBLIKEINS GENOOTSCHAP

____________

 

De Majesteit wordt tot vervelens toe geprezen om haar hang naar perfectie.
Niets ontsnapt aan haar kritisch oog. Zelf kan ze overigens niet eens lichte kritiek velen.
Indien zich iemand in haar omgeving dit zich toch meent te kunnen permitteren,
is het met zijn invloed en positie gedaan. De omgeving van de Majesteit bestaat na
ruim achttien jaar op de troon nog slechts uit eerbiedige jaknikkers,
 met in het voorste gelid de bij het publiek volslagen onbekende onderkoning van Nederland,
de vice-voorzitter van de Raad van State, mr. H.J. Tjeenk Willink, een lakei van nature.
Waar deze dodelijke perfectie toe leidt, hebben we onlangs tot twee keer toe publiekelijk mogen waarnemen.
 Het gehannes met de vriendin van kroonprins Willem-Alexander en de
beschamende vertoning rond prins Claus. De laatste is plotseling opgenomen in
een ziekenhuis in Hamburg om daar geopereerd te worden aan een kwaadaardig gezwel.
Zijn vrouw kon daarbij niet aanwezig zijn wegens staatsverplichtingen:
een bezoekje in de provincie en een diner met een prins uit een of ander vaag land.
Je wrijft je ogen uit. (...) Zonder een spoor van ironie deelt de directeur
van de Rijksvoorlichtingsdienst na de operatie van de prins mee dat hij terstond
zijn natuurlijke opgewektheid heeft hervonden.
Laat diezelfde dienst nu zestien jaar geleden hebben meegedeeld,
 overigens op uitdrukkelijk verzoek van de prins,
dat Claus lijdt aan klachten van ernstig depressieve aard,
een ziekte waarvan hij sedertdien nimmer genezen is verklaard.

Pim Fortuyn, Elsevier, 20 juni 1998

  ____________