De Republiek der Nederlanden
in het laatste kwart van de 20e eeuw
De commissie Donner stelde in 1976 vast
dat al in 1959 binnen de top van Lockheed de gedachte opkwam om aan prins
Bernhard een JetStar vliegtuig van eigen makelij aan te bieden. Dit om
het klimaat in Nederland ten opzichte van Lockheed te verbeteren. Een
Nederlandse prins die zou rondvliegen in een Lockheed toestel zou een
gunstige effect kunnen hebben op de verkoop. Uiteindelijk zag men af van
een Jetstar en besloot men prins Bernhard een som van 1 miljoen dollar
aan te bieden. In 1968 deed zich iets soortgelijks voor waarbij besloten
werd om 100.000 dollar uit te trekken voor de prins. De Commissie vond
twee brieven van Prins Bernhard uit 1974, waarin hij aandrong op spoedige
betaling van aan hem verschuldigde bedragen omdat hij zich in de afgelopen
tijd "with a lot of pushing and pulling" ten gunste van Lockheed had ingezet.
In een geheime bijlage wees de commissie Donner er op dat er ook sprake
was van smeergeld van Northrop. De bewuste bijlage werd echter gestolen
uit de tas van premier Den Uyl die daarop moest aftreden. In 2008 zou
Wijnand Duyvendak deze diefstal opeisen.
In de crisis die volgde besloot Juliana af te treden en Beatrix weigerde
haar moeder op te volgen, omdat toen ook naar buiten kwam dat Prins Bernhard
lid was geweest van de NSDAP en van de Waffen-SS. Er volgde een grondwetswijziging
die slechts met grote moeite door de Staten-Generaal geloodst werd.
Destijds was Den Uyl de aanvoerder van een 'zeer links' kabinet en het
koningsgezinde volksdeel legde de schuld van de abdicatie van Juliana
bij Den Uyl. In de rechtse backlash die volgde werd Dries van Agt, toen
nog Minister van Justitie en vice-premier, door rechts naar voren geschoven
als de enige kandidaat die een opkomende oranjefurie in toom zou kunnen
houden. Bovendien lagen de opvattingen van Koningin Juliana en Dries van
Agt dicht bij elkaar. Beiden waren van mening geweest dat de Drie van
Breda, de tot levenslang veroordeelde Duitse oorlogsmisdadigers, om humanitaire
redenen vrijgelaten moesten worden. Beiden hadden ook een zeer persoonlijke
band met het opperwezen. Juliana liet het contact via Greet Hofmans lopen
en Dries van Agt maakte graag gebruik van de diensten van bevriende monniken,
waaronder broeder Mattheus (een broer van het KVP-Kamerlid Harry Nootenboom).
Van Agt werd in 1977 ingezegend als eerste president van de Republiek
der Nederlanden. Hij zorgde er voor dat Hans Wiegel de eerste premier
werd onder zijn bewind. En Wiegel maakte twee termijnen vol. Ruud Lubbers
zou zijn natuurlijke opvolger worden, want Wiegel was, anders dan Den
Uyl, een populistische potverteerder. De staatsschuld was tussen 1977
en 1985 vertienvoudigd en Lubbers kreeg de ondankbare taak de bevolking
voor te bereiden op een nieuw financieel regime.
In 1987 had Van Agt er twee termijnen opzitten en werd Hans van Mierlo
gekozen als zijn opvolger. Van Mierlo had een meer republikeins gezicht
en was weliswaar liberaal, maar vormde in zekere zin toch een tegenwicht
tegen Wiegel, die door veel mensen ter linker zijde niet vertrouwd werd.
Onder het presidentschap van Hans van Mierlo kwam het paarse kabinet tot
stand, in 1991, met Wim Kok als premier en Bolkestein als minister van
Buitenlandse Zaken. Er ontstond echter spoedig wrijving tussen de president
en de minister van BZ en Bolkestein moest al in 1992 aftreden, naar aanleiding
van een rede voor een internationaal congres van liberale partijen in
Luzern, waarin hij waarschuwde tegen het gevaar van de Islam in Europa.
Hij werd opgevolgd door Hans Dijkstal, die op het terrein van de internationale
diplomatie door Van Mierlo volledig overvleugeld werd. Dijkstal was, in
de woorden van Bolkestein 'een maatje te klein' als minister van BZ.
In 1996 werd Van Mierlo opgevolgd door de populaire burgemeester van Amsterdam
Ed van Thijn. Deze moest in 1998 met lede ogen aanzien hoe er met van
Agt als de regisseur op de achtergrond een kabinet gevormd werd onder
leiding van Ernst Hirsch Ballin. Weliswaar werd in rechtse kringen gemeesmuild
dat Nederland nu geregeerd werd 'door twee joden', maar feitelijk boterde
het niet tussen beide heren. Van Thijn had een hekel aan de briljante
jurist Hirsch Ballin in wie hij op het terrein van het staatsrecht zijn
meerdere moest erkennen. De wrijving tussen beide heren kwam tot een uitbarsting
in een meningsverschil over de positie van de Oranjes die, aan lager wal
geraakt, steeds meer in het criminele circuit verzeild raakten. De voormalige
kroonprins, Willem Alexander trouwde met een Argentijnse, Maxima Zorreguita,
en werd in New York betrapt op het gebruik van cocaïne. De tweede zoon
van Beatrix werd verliefd op een gangstermeisje die jarenlang een verhouding
had gehad met de drugscrimineel Klaas Bruinsma. Hirsch Ballin wilde nu
ook de laatste privileges van de Oranjes afschaffen, maar Van Thijn verzette
zich daartegen, mede om de royalisten die zich aanvoering van de VVD-er
Hans van Baalen weer roerden niet verder van zich te vervreemden. Vanuit
die hoek werd ook een antisemitische campagne gevoerd tegen Hirsch Ballin
en Van Thijn.
In 2003 verloor Hirsch Ballin de verkiezingen, mede omdat Pim Fortuyn
zich opwierp als de verdediger van de Nederlandse cultuur, die door een
vloedgolf van Moslim migranten dreigde teloor te gaan. Zijn Lijst Pim
Fortuyn kreeg 30 zetels en op voorspraak van Fortuyn werd Hans Wiegel
opnieuw premier. Jan Peter Balkenende en Pim Fortuyn werden vice-premier.
Balkenende als minister van Binnenlandse Zaken en Fortuyn als minister
van Onderwijs. Op de Gay parade van 2003 verzamelden zich 500.000 homo's
uit de hele wereld die Fortuyn hartstochtelijk toejuichten. Velen sprongen
in de Herengracht en zwommen naar de boot waarop Fortuyn zich bevond.
De boot kapseisde en Fortuyn ontsnapte ternauwernood aan de verdrinkingsdood.
Toen hij op de kant gehesen werd riep hij 'Leve de Republiek'. Daarop
werd hij doodgeslagen door een royalistische nicht.
Fortuyns dood wekte veel beroering. Bij zijn staatsbegrafenis sprak, behalve
een stoet van hoogwaardigheidsbekleders de voorzitter van het Republikeins
Genootschap, Pierre Vinken. Fortuyn werd bijgezet in de Nieuwe Kerk van
Delft, in het graf dat voorheen aan de Oranjes had toebehoord.
|