HET REPUBLIKEINS GENOOTSCHAP

 


Amsterdam, 17 november 2004

Majesteit,

In tijden van tegenspoed legt het staatshoofd bezoeken af aan de slachtoffers en getroffenen. Het afleggen van zo'n bezoek is een hele kunst, want het staatshoofd moet niet alleen oprecht geïnteresseerd lijken, zij moet ook oprecht geïnteresseerd zijn. Zij moet aangedaan zijn door het leed, en daarbij behoort zij de getroffenen moed in te spreken. Denk niet dat wij daar laatdunkend over doen. Wij beschouwen het als een van de belangrijkste taken van het staatshoofd. Nog niet zo lang geleden maakte u veel indruk door de West te bezoeken na een stormramp.
Vorige week heeft u als staatshoofd vertegenwoordigers bezocht van de Marokkaanse gemeenschap in Amsterdam. U luisterde en heeft, toen de camera's uit waren, aan een discussie deelgenomen. Er is u zelfs een boek aangeboden. Een boek over de geschiedenis van Marokko, heel raar eigenlijk, want als je beseft dat die bijeenkomst juist de integratie had moeten bevorderen, had men u natuurlijk een boek moeten geven over de geschiedenis van Amsterdam, of over zo'n soort onderwerp.
Ongetwijfeld was uw bezoek nuttig, maar het is wel de wereld op zijn kop, want voor zover wij weten, is er niemand van de Marokkaanse gemeenschap vermoord. Er is om vier uur 's nachts een islamitische school in de fik gestoken, een misdaad die zwaar bestraft dient te worden, maar dat is nog geen brute moord.
Bij de crematie van Theo van Gogh hebben wij geen staatshoofd gezien. Of het staatshoofd de vader en moeder van Theo van Gogh heeft benaderd, weten wij niet. Wel verklaarde de moeder van Theo van Gogh dat prinses Maxima de familie Van Gogh heeft gebeld om haar medeleven te betuigen. Maxima had graag de crematie willen bijwonen, maar het lukte haar niet om op tijd terug te keren van haar vakantieadres. Heel jammer. Nu bleek van de "boven ons gestelden", zoals Theo van Gogh placht te zeggen, alleen burgemeester Cohen aanwezig, maar die was juist niet welkom.
Tot zover het eerbetoon aan de doden.
Theo van Gogh is dood en wie dood is, heeft geen stem meer. Maar er is in Nederland ook een levende, die geen stem meer heeft. Net als de door u bezochte Marokkanen is zij van allochtone afkomst. Haar naam is Ayaan Hirsi Ali. Helaas is het met Ayaan niet al te vrolijk gesteld. Zij moet onderduiken, om te voorkomen dat haar hetzelfde lot treft als Theo van Gogh. Haar werk als lid van de Tweede Kamer kan zij niet meer uitoefenen. Zij heeft niets misdaan of miszegd, zij heeft geen enkele Nederlandse wet overtreden. Zij is alleen voor haar eigen meningen uitgekomen, met als belangrijkste mening dat ook islamitische vrouwen gelijke rechten behoren te krijgen. Er zijn groeperingen die deze mening van Ayaan niet willen horen, er zijn zelfs groeperingen die Ayaan om deze mening willen vermoorden, maar op zichzelf is het een door en door fatsoenlijke mening. Wij hebben die mening. Er zijn honderdduizenden Nederlandse burgers die deze mening hebben, al heeft niet iedereen de moed om die mening openlijk te uiten.
In het leven van Ayaan woedt een alles verwoestende orkaan, die huizen omver blaast, bomen uit de grond rukt en auto's de lucht in werpt. Als iemand solidariteit verdient, is zij het wel. Daarom zou het passend zijn geweest als het staatshoofd allereerst, en bovenal, Ayaan Hirsi Ali had bezocht. Er behoort een foto in de krant te staan van het staatshoofd samen met de vrouw voor wie het mes in de buik van Theo van Gogh eigenlijk was bedoeld.
Majesteit, u bent al veel te laat, maar het kan nog.

Nelleke Noordervliet en Max Pam

____________

 

Geachte heer Pam,
Hare Majesteit de Koningin heeft mij gevraagd de brief te beantwoorden die U haar op 17 november jl. heeft laten overhandigen.
Allereerst moet ik u erop wijzen dat het uitgangspunt van de redenering in uw brief niet correct is. Zoals bekend is gemaakt door de Rijksvoorlichtingsdienst bezocht de Koningin op vrijdag 12 november een jeugdcentrum in Amsterdam, waar vijftig Amsterdamse jongeren van zowel autochtone als allochtone (Turkse en Marokkaanse) achtergrond bijeen waren. Deze jongeren, die een denktank vormen voor het Amsterdamse college van Burgemeester en Wethouders, bespraken de actuele ontwikkelingen en mogelijke concrete oplossingen voor spanningen in de samenleving. De Koningin heeft niet aan de discussie deelgenomen. Wel heeft zij na afloop met enkele jongeren gesproken. In die gesprekken heeft zij de gelijkwaardigheid van mensen van verschillende achtergrond benadrukt.
In haar optreden tracht de Koningin boven de partijen te staan. Alleen dan kan zij haar rol als hoofd van de natie goed vervullen. Gehoor geven aan een publieke oproep (zoals de Uwe) om iets te doen of te laten bemoeilijkt deze bovenpartijdige positie zeer.
De Koningin leeft zeer mee met de mensen die door de gebeurtenissen getroffen zijn, en met allen die zich zorgen maken over wat er in ons land gebeurt. Daarvan heb ik ook publiekelijk melding gemaakt in mijn verklaring in de Tweede Kamer van 10 november jl. Ik hoop en weet dat velen zich hierdoor gesterkt hebben gevoeld.
Voor de goede orde wil ik U nog laten weten dat de Koningin haar medeleven aan de ouders en de overige familie van Theo van Gogh heeft betuigd in een persoonlijk telegram.

Hoogachtend,

Jan Peter Balkenende

____________

 

Amsterdam, 26 november 2004

Geachte heer Balkenende,


Hartelijk dank voor uw antwoord op de brief, die Nelleke Noordervliet en ik op 17 november j.l via een hofdame aan Hare Majesteit de Koningin hebben overhandigd. In ons staatsbestel spreekt het vanzelf dat u het beantwoorden voor uw rekening heeft genomen, daarover geen discussie.
Maar uw antwoord zelf stelt echter danig teleur, vooral vanwege het nietszeggende en het ontwijkende karakter ervan. Zo begint u met een oud retorisch trucje. U heeft namelijk een foutje in onze brief ontdekt en besteedt het grootste deel van antwoord aan het rechtzetten daarvan, zodat u de werkelijke kwestie die door ons naar voren is gebracht verder onbeantwoord kunt laten.
Hoewel dat uit de televisiebeelden in het geheel niet duidelijk werd en de Koningin na afloop een boek overhandigd kreeg over de geschiedenis van Marokko, geloven wij u graag op uw woord dat het een multicultureel gezelschap was dat de Koningin ontving in het jeugdcentrum. Dat is nu rechtgezet.
Maar nu de kwestie die in onze brief aan Koningin aan de orde is gesteld. Ik zal het belangrijkste in de brief nogmaals citeren, want misschien heeft u daar overheen gelezen.
Er stond dit: " Theo van Gogh is dood en wie dood is, heeft geen stem meer. Maar er is in Nederland ook een levende, die geen stem meer heeft. Net als de door u bezochte Marokkanen is zij van allochtone afkomst. Haar naam is Ayaan Hirsi Ali. Helaas is het met Ayaan niet al te vrolijk gesteld. Zij moet onderduiken, om te voorkomen dat haar hetzelfde lot treft als Theo van Gogh. Haar werk als lid van de Tweede Kamer kan zij niet meer uitoefenen. Zij heeft niets misdaan of miszegd, zij heeft geen enkele Nederlandse wet overtreden. Zij is alleen voor haar eigen meningen uitgekomen, met als belangrijkste mening dat ook islamitische vrouwen gelijke rechten behoren te krijgen. Er zijn groeperingen die deze mening van Ayaan niet willen horen, er zijn zelfs groeperingen die Ayaan om deze mening willen vermoorden, maar op zichzelf is het een door en door fatsoenlijke mening. Wij hebben die mening. Er zijn honderdduizenden Nederlandse burgers die deze mening hebben, al heeft niet iedereen de moed om die mening openlijk te uiten.
In het leven van Ayaan woedt een alles verwoestende orkaan, die huizen omver blaast, bomen uit de grond rukt en auto's de lucht in werpt. Als iemand solidariteit verdient, is zij het wel. Daarom zou het passend zijn geweest als het staatshoofd allereerst, en bovenal, Ayaan Hirsi Ali had bezocht. Er behoort een foto in de krant te staan van het staatshoofd samen met de vrouw voor wie het mes in de buik van Theo van Gogh eigenlijk was bedoeld.
Majesteit, u bent al veel te laat, maar het kan nog".
In uw antwoord gaat op deze kwestie niet in, sterker nog: de naam van Ayaan Hirsi Ali wordt door u in het geheel niet genoemd. Het enige dat op een antwoord lijkt, is uw opmerking dat de Koningin boven de partijen behoort te staan. Maar dat is nu juist, mijnheer Balkenende, wat wij ook willen! Door alleen naar het jeugdcentrum te gaan, om zich aldaar een boek over Marokko te laten overhandigen, heeft u de koningin juist een politieke daad laten verrichten. Als er Marokkanen ten gevolge van de moord op Theo van Gogh onheus en discriminerend zijn behandeld dan is het terecht dat de Koningin haar solidariteit betoont. Maar als een Tweede Kamerlid zo direct en zo continu met de dood wordt bedreigd, is het evenzeer terecht dat de Koningin zichtbaar aan het Nederlandse volk haar solidariteit betoont. Pas dan staat zij werkelijk boven de partijen.
Politiek leidersschap vraagt om moed. Wat een staatsman van een politicus onderscheidt is de moed om ook lastige vragen te beantwoorden en daarvoor niet weg te lopen. Derhalve vraag ik u nogmaals om een antwoord.

Hoogachtend,
Max Pam

Nelleke Noordervliet verkeert in het buitenland

____________

 

DROEVE CONCLUSIES

Leden van het Republikeins Genootschap verschillen met elkaar van opvatting over bijna alles. Hun enige overeenkomst is dat ze zich hebben uitgesproken tegen de monarchie. Een onderwerp dat in Nederland meer dan vijftig jaar taboe was.
Maar leden van het Republikeins Genootschap spreken zich uit. Over van alles en nog wat. Dat blijkt in Nederland niet zonder gevaar. Al twee leden van het genootschap zijn slachtoffer geworden van een politieke moord: Pim Fortuyn op 6 mei 2002 en Theo van Gogh op 2 november 2004.

Na de moord op Theo van Gogh, hebben enkele leden van het genootschap de koningin, nu zij er toch zit, gevraagd om in deze barre tijden haar invloed aan te wenden.
Zo vroeg Femke Halsema op 10 november, na branden bij enkele scholen, kerken en moskeeën, de koningin om zich met kalmerende woorden tot het volk te richten. Waarschijnlijk uit zorg om het wel en wee van Nederlandse burgers van islamitische huize. Die oproep leek snel verhoord. Twee dagen later, op 12 november, bezocht de koningin een multicultureel jongerencentrum en nam daar een mooi boek over Marokko in ontvangst.
Op 17 november vroegen Nelleke Noordervliet en Max Pam het staatshoofd het met de dood bedreigde kamerlid Hirsi Ali te bezoeken, om ook solidariteit met haar te betuigen.
Dat heeft de koningin niet gedaan.
Namens het staatshoofd heeft de premier uitgelegd waarom niet: “In haar optreden tracht de Koningin boven de partijen te staan. Alleen dan kan zij haar rol als hoofd van de natie goed vervullen.”
Die partijen zijn aan de ene kant de moordenaar van Theo van Gogh en diens geestverwanten die mensen met de dood bedreigen. Aan de andere kant staat een met de dood bedreigde volksvertegenwoordiger. In ons staatsbestel kan het staatshoofd tussen deze twee partijen blijkbaar geen keuze maken.
Uit deze feiten, zoals vastgelegd in die hierbij gepubliceerde correspondentie, zijn slechts droeve conclusies te trekken.

Paul Frentrop

 

____________

 

Geachte heer Frentrop,

Hierbij bevestig ik de ontvangst van uw e-mailbericht van 30 november 2004. U vraagt hierin om een kopie van mijn schrijven gericht aan de heer Pam en mevrouw Noordervliet. Deze correspondentie is persoonlijk en wordt niet verstrekt aan derden.

Hoogachtend,

De MINISTER-PRESIDENT,

Minister van Algemene Zaken,

Mr.dr. J.P. Balkenende

 

____________

 

Partijdig sonnet

De koningin staat boven de partijen,
schreef Balkenende aan Max Pam. Kijk aan.
Een foto in een schuilplaats met Ayaan,
Die op de dodenlijst staat, kan niet lijen.

Partijen zijn: die moordmohammedaan,
Een radertje uit vast gesloten rijen,
En de nog af te slachten vogelvrijen.
´t Erfelijk staatshoofd zou daarboven staan.

Maar als in Enschede nog niet de damp
is opgetrokken van een vuurwerkramp
vertoont zich een betrokken Beatrix.

En nu vernemen we een maand lang niks
Daar zij behoort tot geen van beider kamp.
Straks riekt haar kersttoespraak weer naar de lamp.



Jan Kal, Propria Cures, 25 december 2004.