HET REPUBLIKEINS GENOOTSCHAP

____________

Smeets spreekt van een 'gecodificeerde' revolutie, die de leden van het genootschap zouden hebben
uitgestippeld in hun hoofdkwartier van het Delftse Prinsenhof, slechts een steenworp verwijderd
van de plek waar Balthazar Gerards in 1584 een einde maakte aan de aspiraties van Willem de Zwijger.
Het gaat, aldus Smeets, om 'een opstand der elite', die traditioneel al niet overloopt van 'Oranje-warmte'
maar zich tegenwoordig, anders dan bijvoorbeeld Joan Derk van der Capellen tot den Pol,
Johan van Oldenbarnevelt, Hugo de Groot en de gebroeders De Witt,
niet meer bedreigd weet door de furie der Oranjeminnende massa's.
Het volk heeft in de visie van Smeets na twintig jaar Beatrix alle smaak voor de monarchie verloren.

Over hoe het echt moet in een democratie hoeft men niet lang te studeren.
Men hoeft slechts te kijken naar de wijze waarop de oosterburen het sinds de Bondsrepubliek
keurig hebben geregeld: een 'elder statesman', boven de partijen staand, als ceremonieel president
en nationaal geweten, een waarborg voor rust en stabiliteit.
Zo'n man/vrouw kost een fractie van het budget dan aan zo'n grote koninklijke familie wordt besteed,
heeft geen enorme landerijen nodig voor de zwijnenjacht, heeft geen reuzenpakket aandelen
en mag gewoon vrijuit spreken, zonder dat het hele parlement gelijk op de achterste benen staat.
Kortom: een verademing, waar Nederland na bijna twee eeuwen zelfbedrog en emancipatoir masochisme
nu zeer dringend aan toe is.

 René Zwaap, De Groene, 19 april 2000

____________