HET REPUBLIKEINS GENOOTSCHAP
____________
Maar Beatrix
zweeg. Naar haar motieven kan slechts worden gegist.
Is ze nog altijd lamgeslagen door het optreden van de Amerikaanse VN-diplomaat
Richard Holbrooke, die aan de vooravond van
de publicatie van het Niod-rapport over Srbenica opeens alle conventies schond
door voor de camera van Nova te vertellen dat hij
de vorstin een maand voor de val van de enclave, tijdens een treffen van de
Bilderberggroep, had ingelicht over de aldaar gerezen noodtoestand?
Voor Beatrix moet deze ontboezeming – waarmee Holbrooke haar
kennelijk wilde opzadelen met een persoonlijke medeverantwoordelijkheid
en mogelijk aanstuurde op haar vertrek als staatshoofd –
keihard zijn aangekomen.
Eens te meer daar deze afkomstig was uit haar allerprivaatste universum, de
binnenwereld van de transatlantische vriendschap, waar ze zich altijd veilig
´among my own people´, zoals ze vroeger zou hebben gezegd, had gewaand. De toch
nog onverhoedse val van het kabinet-Kok moet voor
Beatrix dan ook een behoorlijk ´unheimliche´ ervaring zijn geweest.
Weliswaar waren de onderzoekers van prof. Blom zo vriendelijk geweest de door
Holbrooke genoemde gebeurtenissen te verzwijgen in hun rapport,
de dreiging werd er niet minder om, want bleef uiteindelijk gereserveerd voor
een ongewisse toekomst.
Toen daar de moord op Fortuyn nog eens overheen kwam, tastte dat kennelijk haar
laatste restje initiatief aan.
Was Beatrix bang betrokken te worden bij de vrije val van alle instituties die
de meedogenloze opkomst van de LPF voor alles verbeeldde?
Had zij haar persoonlijke antipathie jegens Fortuyn niet opzij kunnen zetten?
Als praktiserend lid van het Republikeins Genootschap en libertijn
stond Fortuyn ongetwijfeld niet hoog op het verlanglijstje van Beatrix ten
aanzien van de gegadigden voor het ambt van eerste burger.
René Zwaap, De Groene, 16 mei 2002
____________