HET REPUBLIKEINS GENOOTSCHAP

____________

In de jaren zeventig kende iedereen het grapje over de fietser die zijn rijwiel naast de ingang van Paleis Soestdijk stalde.
Een geschrokken marechaussee rent naar buiten en roept: 'Mijnheer, u kunt uw fiets daar niet neerzetten,
onze prins-gemaal Bernhard rijdt hier straks langs.'
Waarop de fietser zegt: 'Maak u geen zorgen, ik heb hem op slot gezet.'

Michiel Zonneveld, Het Parool, 15 december 1999

____________