HET REPUBLIKEINS GENOOTSCHAP

 

De ministeriële verantwoordelijkheid verschafte de onderdanen evenmin de
grondwettelijk verankerde vrijheid om kritiek te uiten op de regering
zonder te worden beticht van ´aanranding van de waardigheid des Konings´.
Nog tijdens de regering van koningin Wilhelmina zijn talloze dignitarissen op
een zijspoor gezet omdat zij haar misnoegen hadden gewekt.

De ministeriële verantwoordelijkheid schept echter geen duidelijkheid over wat
´de informele macht´ van het staatshoofd wordt genoemd.
Maar weinig ministers - om nog maar te zwijgen over de
´gewone onderdanen´ - blijken ongevoelig voor het gezag dat het instituut monarchie uitgaat.
Oud-premier Van Agt erkende ooit ruiterlijk dat vrijwel alle
meningsverschillen met de koningin in zijn nadeel zijn beslecht.

Het functioneren van de ministeriële verantwoordelijkheid
(en daarmee van de constitutionele monarchie) vereist een vrijwel absolute zwijgzaamheid
over alles waarbij de leden van het koninklijk huis zijn betrokken.
Of het nu het aandeel van de koningin bij kabinetsformatie s betreft,
de ´particuliere opvattingen´ die zij bij de open haard debiteert,
of de toedracht van botsingen bij de oprit van paleis Huis ten Bosch -
alles is omgeven door een zekere groezeligheid en krampachtigheid.
Wie ooit meer dan drie woorden met hare majesteit heeft gewisseld,
voelt zich deelgenoot van het grote hofgeheim.
En wie de ongeschreven zwijgplicht negeert, wordt van spelbederf of sensatielust beticht.



Sander van Walsum, de Volkskrant, 2 februari 2002

 

____________