HET REPUBLIKEINS GENOOTSCHAP
____________
Het is, dunkt
mij, van tweeën één. Ofwel men aanvaart dat de erfelijke Koning in de staat
(belangrijke)
staatszaken vervult en neemt dan op de koop toe dat op basis van erfelijkheid
in de staat politieke besluiten
worden genomen en invloed wordt uitgeoefend, ofwel men vindt dat onwenselijk en
kiest voor een monarchie
naar Zweeds model of zelfs voor een republikeins regeringsstelsel. In het
recente politieke debat over
de toekomst van de monarchie ontbreekt deze principiële stellingname.
In een krampachtige poging om,
in zijn eigen bewoordingen, 'niet revolutionair en ook niet anti-Oranje'
te zijn,
sluit De Graaf het oog voor de grondslagen van onze monarchie en miskent hij de
inherente
spanning tussen monarchie en democratie.
F.
de Vries, Ars Aequi, 49, 2000
____________