HET REPUBLIKEINS GENOOTSCHAP
____________
die Jan Blokker wijdde aan het onlangs verschenen boek 'De Republiek der Nederlanden'.
Na het citeren van twee uit hun verband gerukte zinnen van de uiterst leesbare en
goed gedocumenteerde
bijdrage van republikein Hans van den Bergh,
wordt met geen woord gerept over de veertien
andere artikelen in de bundel, waaronder een gedegen analyse over de staatsrechtelijke
waarde
van de monarchie door prof.dr. P. Akkermans, en een mooie beschouwing over de veel
voorkomende 'hermelijnkoorts' van de hand van filosoof Jaap van Heerden.
Het gekste is dat de twee omissies die Blokker de bundel aanwrijft (het ontbreken
van een
verklaring van de alom heersende oranjeliefde en een uiteenzetting van de alternatieven
voor een monarchie)
op tal van plaatsen in het boek aan de orde komen. Het zal wel een haastklus zijn
geweest.
Ook staat in het boek een degelijke historische beschouwing van F. van den Bergh,
die de zo graag als historicus poserende Blokker kennelijk niet heeft gelezen.
Blijkbaar heeft zijn liefde voor het Oranjehuis deze criticus zo verblind dat hij
zich
niet meer kan verdiepen in de argumenten
die voor de Republiek pleiten.
L.
van Vollenhoven, de Volkskrant, 7 oktober 1998
________