HET REPUBLIKEINS GENOOTSCHAP
Jan de Vries was een van de belangrijkste radicale journalisten van de negentiende eeuw. Evenals
zijn collega´s Adriaan van Bevervoorde, Eillert Meeter en Adriaan van Gorcum lag hij voortdurend
overhoop met de autoriteiten: de koning, maar ook met de regering.
In zijn laatste pamflet Een
standbeeld in een zak beschreef hij een gesprek tussen een vierenvijftigjarige weduwe en een grof
gebouwde onbehouwen man , wiens ´gemeen voorkomen nog meer uitkwam door den woesten baard
en knevel die hij droeg´. Op zijn gelaat ´stond ruwe brutaliteit te lezen´. In deze figuren herkende
de lezer gemakkelijk de koningin-weduwe Anna Paulowna, aan wie haar zoon koning Willem III
uitlegde dat hij geen belang had bij een gunstige nagedachtenis van zijn vader.
In 1854 werd een aanklacht tegen De Vries ingediend en op 5 mei werd hij veroordeeld tot
drie jaar gevangenisstraf.
Op 10 oktober 1855 werd hij uit de gevangenis ontslagen. Drie dagen later overleed hij aan longtering.
Pierre Vinken, Tirade 407, 2005, 109-127.
____________