HET REPUBLIKEINS GENOOTSCHAP

____________

Maar dat onderscheid tussen Koninklijk Huis en koninklijke familie wordt niet gehanteerd
als het om het invullen van belastingbiljetten gaat en het betalen van de aanslagen.
Wettelijk ligt er niets vast. Maar de koninklijke familie heeft met het ministerie van FinanciŽn
een bijzondere regeling getroffen.
De belastingaangiften en -aanslagen van prinses Irene, prinses Christina en hun kinderen
worden op dezelfde bijzondere manier behandeld als die van de leden van het Koninklijk Huis.

Thesaurier Smits krijgt in paleis Noordeinde alle belastingaanslagen op zijn bureau, vult ze in
en laat ze vervolgens ter bestemde plaatse bezorgen.
Die plaats is echter niet het bureau van een belastinginspecteur.
De belastingaangiftes gaan rechtstreeks naar de directeur-generaal der belastingen op het
ministerie van FinanciŽn. Die behandelt ze en bergt ze vervolgens zorgvuldig in een kluis op.

Dat vermogen is voor een deel ondergebracht in stichtingen, wat fiscaal interessant is.
Bovendien behoeven de koningin en de andere leden van het Koninklijk Huis ingevolge artikel 40
van de Grondwet geen belasting te betalen over uitkeringen die zij ontvangen uit īs rijks schatkist.
Ook zijn zij geen persoonlijke belasting verschuldigd over vermogensbestanddelen die
īdienstbaar zijn aan de uitoefening van hun functieī.
De leden van het Koninklijk Huis behoeven ook geen belasting te betalen over erfenissen
of schenkingen die zij ontvangen van andere leden van hun familie.

In de jaren tachtig vroeg premier Lubbers eens inzicht in het koninklijk vermogen.
Hij was niet van plan om de omvang van dat vermogen aan de openbaarheid prijs te geven.
Maar hij wilde voordat hij Kamervragen over de koninklijke financiŽn beantwoordde, wel
voor zichzelf voldoende kennis van zaken hebben om geheel zeker van de juistheid
van zijn eigen mededelingen te kunnen zijn.
De thesaurie van Hare Majesteit de Koningin maakte toen een rapport op over de
koninklijke financiŽn. Maar in dat rapport ontbrak het aan cijfers.

Ben van der Velden, NRC Handelsblad, 29 februari 1996

____________