HET REPUBLIKEINS GENOOTSCHAP

Dynastie strijdig met democratie


De voorstellen die wij lanceerden (Forum, 8 september) voor een republikeinse grondwet,
en die neergelegd zijn in ons boek Grondwet van de Republiek Nederland,
hebben flink wat reacties opgeleverd. Een debat in de Balie in Amsterdam op 9 september
onder politici en met het publiek was levendig. De meerderheid van de aanwezige politici
(CDA, VVD, D66, PVDA en SP) was het met ons eens: moesten we het opnieuw
bedenken dan genoot de republiek de voorkeur.
Deze krant dacht daar in het hoofdredactioneel commentaar (10 september) ook zo over.


Hoewel het debat nog allerminst is verstomd, willen wij hier alvast ingaan op een
aantal terugkerende elementen in de kritische opmerkingen van enkele
staatsrechtspecialisten en politici. Het is daarbij vrijwel onvermijdelijk gebleken,
dat ook de vraag: monarchie of republiek, op de achtergrond meespeelt,
al is ons boek juist dat stadium gepasseerd.


Het koningschap (van de Oranjes) is democratisch gelegitimeerd omdat de
overgrote meerderheid van de Nederlanders ermee akkoord gaat of er zelfs laaiend enthousiast over is.
Wij gaan niet redetwisten over cijfers in opiniepeilingen, maar wijzen erop dat die snel
kunnen wisselen. De volksgunst is volatiel. Niettemin is de elektronische peiling onder
lezers van de Volkskrant opmerkelijk: de helft (van ruim drieduizend lezers)
laat de monarchie achter zich en verkiest een van onze drie modellen.


De afschaffing van de monarchie verheugt zich in dezelfde angst voor stemmenverlies
bij politieke partijen als de afschaffing van de hypotheekrenteaftrek. Toch zullen beide
eraan moeten geloven. De huidige populariteit wordt waarschijnlijk voor een deel opgeroepen
door de vrees voor identiteitsverlies in de Europese Unie. Maar meer principieel is het nodig erop te
wijzen, dat het begrip democratie een procedurele en een inhoudelijke component omvat.
Het procedurele element slaat op de regels voor de besluitvorming, waarbij een hoe ook samengestelde
meerderheid aan het langere eind trekt. In die zin heeft men op het ogenblik waarschijnlijk
gelijk als men zegt dat het Oranje-regime democratisch is: de mensen willen het.


Maar naar de inhoud is een democratisch tot stand gebrachte grondwet ondemocratisch,
omdat een vorstendynastie in strijd is met een aantal inhoudelijke grondslagen van de democratie.
De erfelijke monarchie als symbool van een democratische rechtsstaat verdraagt zich buitengewoon
slecht met datgene waarvoor hij staat. Onze rechtsstaat vereist het kunnen kiezen,
herkiezen en de laan uitsturen van politieke overheidsdienaren, en veronderstelt gelijke en
eerlijke kansen bij het vervullen van openbare functies. Daarvan is bij het koningschap geen sprake.
Republikeinen zijn regenten. Sommige critici vinden het nadenken over een republikeins model
vooralsnog een wat theoretische exercitie. Maar zij doen er wel aan mee als zij de werkgroep
een weinig revolutionaire houding verwijten, omdat in onze voorstellen de president indirect,
via het parlement, wordt gekozen. Zo vindt staatsrechtsgeleerde Jit Peters (Forum, 9 september)
dat wij een lans hadden moeten breken voor een rechtstreeks gekozen staatshoofd.
Ook D66-Kamerlid Van der Ham (13 september) vindt ons 'volstrekt ongeloofwaardig'
nu wij alleen indirect gekozen presidenten voorstellen.


Hierbij twee opmerkingen. Inderdaad hebben wij - evolutionair - willen aansluiten bij
de Nederlandse egalitaire en collegiale cultuur en tradities. Daarom hebben wij in onze
voorstellen de president weinig of geen macht willen verlenen. Omdat onze president weinig
of geen bevoegdheden heeft, dient hij ook niet zwaar gelegitimeerd te worden door rechtstreekse
verkiezing. Bovendien was onze - zwaar regenteske - gedachte dat de kiezer niet
zit te wachten op een stembusgang voor zo'n light weight president.


In de tweede plaats hebben wij niets tegen verdergaande voorstellen (zie ons boek, pagina 86).
Wij hebben simpelweg de discussie willen openen met een aantal voorstellen voor de vervanging
van een erfelijk koningschap door een (indirect) gekozen president. Onder handhaving van het
parlementaire stelsel, hebben wij drie varianten gepresenteerd van 'lichte' presidenten.
Ons uitgangspunt was om niet meer overhoop te halen dan voor vervanging van de monarchie strikt noodzakelijk is.


Zo hebben wij ons ook niet ingelaten met de discussie over de gekozen minister-president
of de gekozen burgemeester, al hebben wij daarover onze ideeën.
Die staan los van de invulling van het vacuüm dat ontstaat als de monarchie wegvalt.
Uiteraard zal de invoering van een direct gekozen minister-president een zekere invloed hebben
op de rol van een staatshoofd en op de keus voor een van onze varianten.


Kortom: een republikeins stelsel is nog niet per definitie een presidentieel stelsel. Een republiek heeft
weliswaar een president, maar daarmee nog geen presidentieel stelsel.
Het woord republiek zegt iets over de wijze waarop het staatshoofd wordt aangesteld,
de woorden presidentieel-en parlementair stelsel gaan over de verhouding
tussen regering en parlement. Een republiek kan dus een presidentieel (VS)
of een parlementair stelsel (Duitsland, Italië) hebben, en tussenvormen.


Een aantal functies van het staatshoofd kan vervallen, maar daar hoef je geen republikein voor te zijn.
Aldus Erik Jurgens, lid van de Eerste Kamer en staatsrechtgeleerde (10 september).
Het gaat dan om de rol bij de kabinetsformatie, het voorzitterschap van de Raad van State,
het lidmaatschap van de regering, de parlementaire toestemming om te mogen trouwen.
'De grondwet aanpassen is genoeg: kunnen we gewoon doen.'

Wij stellen tot onze vreugde vast dat senator Jurgens de wijziging van de grondwet
als een reële en eenvoudige operatie ziet. Wij zouden zeggen: aan de gang! Zijn inzicht past ook
in het door ons gesignaleerde afkalven van de macht en bevoegdheden van monarchieën in Europa.
Wat er na de verwezenlijking van deze reductie overblijft, is ongeveer
het gemarginaliseerde Zweedse koningshuis. Alle beetjes helpen.


Jurgens gaat ook in op de drie modellen die we presenteerden. Zijn bezwaar tegen het derde model,
van de beschermende president, namelijk dat deze niet door het parlement gecontroleerd wordt,
is makkelijk te weerleggen. We introduceerden een soort impeachment-procedure,
waarbij het parlement de president kan ontslaan als hij niet in staat is zijn functie naar behoren te
vervullen (pagina 110 van ons boek). Daarnaast heeft hij een beperkte ambtstermijn.


Wat het tweede model betreft - dat qua bevoegdheden van de president sterk lijkt op dat van de
monarchale bevoegdheden - stelt Jurgens een paar vragen over het functioneren
van het huidige staatshoofd. Het punt waar het ons om gaat is natuurlijk, dat bij dynastieke
opvolging de mislukking ingebakken zit. Bovendien is het antwoord op de retorisch bedoelde
vraag of 'ons staatshoofd probeert buiten het kabinet om politieke daden te stellen?' bevestigend,
ook voor het huidige staatshoofd, zoals de afgelopen jaren is gebleken. Bovendien moet het antwoord
op de vraag hoe frequent en indringend de invloed van het staatshoofd zich doet gelden, luiden:
wij (de Nederlandse bevolking) weten het niet, en dat is een democratisch bezwaar van de eerste orde.


Wij hebben bij onze exercitie gekozen voor aansluiting bij het huidige stelsel met geringe bevoegdheden
voor het staatshoofd, en dus - volgens het stramien van het gegroeide parlementaire stelsel -
voor een accent op de wisselwerkingen tussen regering en parlement.
En vooral gaat het ons om uitschakeling van anomalieën en tegenstrijdigheden in ons bestel.
Die worden veroorzaakt door een dynastiek staatshoofd waarvan het opereren niet
transparant kan zijn en in strijd komt met een aantal wezenlijke kenmerken van de democratie.
Wie zou er tegen zijn díe op te heffen?


de Volkskrant van 18-10-2004
De auteurs Ulli Jessurun d'Oliveira en Pierre Vinken zijn lid van
de Werkgroep Grondwet van het Republikeins Genootschap.

____________