HET REPUBLIKEINS GENOOTSCHAP

 

De minister-president had in het Kamerdebat kunnen aansluiten bij wat
eerder over de ministeriële verantwoordelijkheid voor het Kabinet der Koningin
van de zijde van de regering was meegedeeld, bijvoorbeeld in 1982:
´Het Kabinet der Koningin verricht zijn werkzaamheden niet in ondergeschiktheid
aan of op instructie van ministers, doch ministers zijn verantwoordelijk voor
hetgeen de directeur van het Kabinet der Koningin doet of nalaat.
Deze verantwoordelijkheid ligt in het verlengde van de ministeriële
verantwoordelijkheid voor het doen of nalaten van de Koningin.
´Balkenende volgde een andere redenering.
Hij beweerde dat er bij het ontbreken van een hiërarchische
ondergeschiktheid ook geen ministeriële verantwoordelijkheid zou zijn.
De Kamer nam hier terecht geen genoegen mee.
Zelfs Balkenendes partijgenoot, CDA-woordvoerder Theo Rietkerk,
stelde onomwonden: ´Wij vinden dat er wat moet gebeuren om de
ministerile verantwoordelijkheden ten volle te laten gelden.

 




Peter Rehwinkel, HP/DeTijd, 12 september 2003.

 

____________