HET REPUBLIKEINS GENOOTSCHAP

____________






Dat Jorge Zorreguieta beweert toen niets te hebben gemerkt, is misschien voorstelbaar,
maar dat zijn schoonzoon hem daarin volgt, is onbegrijpelijk.
Niet omdat wij Nederlanders Zorreguieta – laat staan zijn dochter – met terugwerkende kracht
als ´fout´ zouden moeten bestempelen, maar omdat van ons toekomstig staatshoofd mag
 worden verwacht dat hij niet spelevaart met begrippen als democratie en mensenrechten.
Dat hij dat niet heeft aangevoeld, is meer dan een beetje dom.

Redactioneel, Het Parool, 26 januari 2002

____________