HET REPUBLIKEINS GENOOTSCHAP

 

Prins Willem van Oranje was een oorlogsmisdadiger. De opstand in de zestiende eeuw tegen
Spanje was geen bevrijdingsstrijd, maar een misdadige oorlog. Op deze stelling promoveert vrijdag
Leo Adriaenssen aan de Universiteit van Tilburg.

De katholieke plattelandsbevolking in Brabant was geen partij in de oorlog, maar werd wel slachtoffer
van het geweld dat georganiseerd werd door Willem van Oranje, Maurits van Nassau en
de Staten Generaal van Holland.

Ieder verzet van de bevolking in de meierij van Den Bosch werd volgens de onderzoeker beantwoord
met gijzeling, brandstichting, marteling en roof. Zo probeerde Oranje Den Bosch dat in Spaanse handen
was, op de knieën te krijgen. De bevolking van de meierij slonk met zeventig procent, ook al omdat
veel boeren vluchtten.

Volgens de onderzoeker was sprake van een uithongeringspolitiek, waarbij de troepen van
de Staten Generaal geregeld oogsten verwoestten, landerijen onder water zetten en dorpen in brand staken. Willem de Zwijger was initiatiefnemer van dit beleid, zijn zoons Maurits en Frederik Hendrik waren bevelhebbers.

Adriaenssen is niet de enige die de Tachtigjarige Oorlog niet bejubelt als vrijheidsstrijd. De Amsterdamse
historicus Henk van Nierop werkt aan een boek waarin de oorlog wordt beschreven als een burgeroorlog
tussen katholieken en protestanten. Prins Willem wist de strijd evenwel voor te stellen als een bevrijding
van de Spanjaarden. Zo kon hij meer steun organiseren voor het protestantse leger.



Redactioneel, Het Parool, 17 oktober 2007.

____________