HET REPUBLIKEINS GENOOTSCHAP

____________

De gedachtesprong ligt voor de hand. Bij de uitreiking van een lintje of een medaille heet het nog steeds
dat het 'Hare Majesteit heeft behaagd' de jubilaris of een anderszins verdienstelijke onderdaan te belonen.

Zo ontstaat het misverstand dat de vorstin heel wat heeft te zeggen in dit land.
Anne Vondeling kon zich daar in zijn dagen geweldig over opwinden.
Als minister en voorzitter van de Tweede Kamer was deze PvdA'er een Pietje precies.
Hij vond het vreselijk als iemand de regels blijkbaar niet kende en dacht dat de koningin de baas was.

Om zulke misverstanden te voorkomen pleitte Vondeling ervoor de begrippen koning(in) en koninklijk
te schrappen uit het staatsrecht. 'Koninklijke Besluiten' moesten gewoon regeringsbesluiten heten.
Provincies konden het wel doen met een Commissaris der Regering.

Vondeling was als sociaal-democraat uiteraard principieel republikein. In die tijd mocht je dat
nog hardop zeggen in de PvdA. Als je er maar direct bij vertelde dat de koningin zo goed was
en dat de kwestie daarom helemaal niet van belang was.

Ooit m๓esten sociaal-democraten tegen de monarchie zijn. Dat de functie van staatshoofd overging
van ouder op kind paste niet in het beeld dat de arbeidersbeweging van de democratie had.
'Erfelijkheid is goed voor paarden- en rundveestamboeken, niet voor het bekleden van publieke ambten'
zei Pieter Jelles Troelstra. Hij veronderstelde dat afschaffing van het koningschap een kwestie van tijd was.

Redactioneel, Friese Koerier, 1 maart 1997

 

____________