HET REPUBLIKEINS GENOOTSCHAP

 

Het is onjuist dat de koningin zelf als bestuurder van de Stichting Archief van het Huis Oranje-Nassau een historicus aanwijst aan wie zij het archief kennelijk toevertrouwt.
De openbaarheid van overheidsarchieven krijgt zo een ongewenst particulier tintje.
Maar het gaat hier niet om een klusje waarvoor de vaste winterschilder kan worden gebeld.

Het feit dat de Rijksvoorlichtingsdienst nu laat doorschemeren dat het rapport-Beel na het werk
van Fasseur wél publiek zal worden, maakt het probleem alleen maar groter. Want kennelijk zijn
er dus geen principiële redenen om het rapport-Beel niet direct te publiceren.

Feit is dat toestemming aan de Leidse historicus komt op het moment dat de Tweede Kamer
de minister-president gevraagd heeft om alle relevante stukken uit het Koninklijk Huisarchief
over te brengen naar het Nationaal Archief, opdat de algemeen geldende regels omtrent
de openbaarheid van archieven ook voor deze stukken van toepassing worden.

Aanleiding voor de bemoeienis van de Tweede Kamer was dat de Beel-biograaf Giebels
tevergeefs om toestemming had gevraagd het rapport van de Commissie-Beel in te zien.
Die toestemming krijgt Fasseur nu wel. Vandaag erkende deze historicus in de Volkskrant
dat hij daarmee Giebels passeert. Dit is precies nog een reden waarom het rapport
van de Commissie-Beel voor iedereen tegelijk publiek moet zijn:
nu wordt openbaarheid een paardenrace tussen grijze historici.

Deze hele gang van zaken illustreert nog eens het staatsrechtelijk ongemak van de constructie
waarin het Nederlands staatshoofd en de minister-president gevangen zitten.
Het historisch belang van bepaalde gegevens die nu nog in het formeel particuliere archief van het
koninklijk huis worden bewaard, vergt dat deze conform de regels van de Archiefwet publiek worden.
In de motie-Kalsbeek wordt in dit verband gewezen op mogelijke informatie uit brieven
van prinses Juliana en prins Bernhard aan de Amerikaanse president Kennedy inzake
de kwestie-Nieuw-Guinea. Voorlopig moet de Kamer erop vertrouwen dat de mededeling
van de minister-president hierover, namelijk dat zulke correspondentie al eerder naar
het Nationaal Archief is overgebracht, juist is.
Werkelijk onafhankelijk wetenschappelijk onderzoek verdient evenwel de voorkeur.


Redactioneel, NRC Handelsblad, 18 augustus 2005.

____________