HET REPUBLIKEINS GENOOTSCHAP

____________







 

´Die onzinverhalen over Beatrix als rijkste vrouw (...). Volgens de Duitsers hadden ze zestien miljoen bij elkaar
gesprokkeld, en De Jong heeft dat sommetje nog eens overgedaan. Ik weet hoe er belegd is in de jaren veertig,
vijftig, maar ik kan me niet voorstellen dat die zestien miljoen ineens zijn uitgedijd  tot een fortuin van veertien miljard.´
Aan het woord is de beroemde historicus en Wilhelmina-biograaf, professor Fasseur, in een interview in Vrij Nederland.

Op zo´n moment pak ik als ouderwetse bèta even de zakrekenmachine erbij, om te kijken of het voorstellingsvermogen
van de professor klopt. Vijfenzestig jaar rendement plus inflatie zeg eens 15 procent, start met zestien miljoen.
Wat komt eruit: negen miljard. Dat komt aardig in de richting.

Voor mij ligt een gedrukte versie van de oudejaarstoespraak die koningin Wilhelmina op de radio hield op
 31 december 1943 (uit L. de Jong Je maintiendrai). Ze spreekt eerst uitgebreid ingezetenen van
Nederlandsch-Indië toe, en gaat in op de strijd in centraal Sumatra. Dan gaat ze over op het bevrijde deel van Indonesië.
En vervolgens zegt ze: ´Landgenoten in Nederland (...) Steeds gruwelijker zijn de methoden waarvan velen Uwer,
en in het bijzonder onze Joodse landgenoten, wier vernietiging helaas bijna een feit een geworden, ten offer zijn gevallen.´
En dan gaat ze over op andere onderwerpen.
Dit is in meerdere opzichten een opvallend citaat. Ten eerste is de verwijzing, in een bijzin, naar de moord
op honderdtwintigduizend joodse landgenoten, in onze oren wel erg terloops:  ´...helaas bijna een feit geworden´.
Oeps, dat waren de joden. Helaas, pindakaas.
Maar wat hoe dan ook als een paal boven water staat, is dat Wilhelmina zelf in 1943 met zoveel woorden zegt
dat ze weet dat de Nederlandse joden zijn vernietigd.


Ronald Plasterk, de Volkskrant, 6 december 2002


_________________