HET REPUBLIKEINS GENOOTSCHAP

 

Afgelopen woensdag, 5 november, was ik voor opnamen
vanuit ´t Gooi onderweg naar Zaandijk, toen ik op de A1
– richting Amsterdam – in mijn achteruitkijkspiegel snel dichterbij
komende blauwe zwaailichten opmerkte. Het waren drie motoragenten,
die drie auto´s escorteerden. Er werd met duizelingwekkende snelheid gereden.
Omdat ik in het verleden wel eens vaker hoogwaardigheidsbekleders
en leden van het Koninklijk Huis heb meegemaakt die
– gedekt door een zwaailicht – alle verkeersregels aan hun laars lapten,
was ik waakzaam. Voor wie moest er zo ruim baan worden gemaakt?

De volgende dag keek ik nieuwsgierig in de krant of er iets stond
over de geboorte van een Oranje-nazaat of over een verijdelde terreuraanslag
op een lid van het Koninklijk Huis, maar nee, niets van dat alles.
Wel zag ik een verhaal waarin stond dat prins Bernhard de ochtend
ervoor in het centrum van Amsterdam de Erasmusprijs had uitgereik
t aan voedselexpert Alan Davidson. Koningin Beatrix en prins Willem-Alexander
waren er ook bij. Evenals Pieter van Vollenhoven,
die jarenlang heeft geijverd voor … de verkeersveiligheid!
Voor deze gezellige bijeenkomst moest dus meer
dan 200 kilometer per uur worden gereden. Alsof de genodigden
verontwaardigd waren opgestapt als de prins door
de verkeersdrukte een paar minuten later was gekomen,
zoals alle gewone automobilisten dagelijks op de A1 meemaken.
Wie dan te hard rijdt krijgt van de politie te horen dat hij maar eerder thuis
moet vertrekken en krijgt een vette prent. Als ik u was zou
ik deze column uitknippen en bij uw rijbewijs bewaren voor het geval u een
keer wordt aangehouden, omdat u ergens 115 rijdt waar 100 kilometer is toegestaan.
Vervolgens kunt u een beroep doen op het in de wet verankerde gelijkheidsbeginsel.



Peter R. de Vries, Panorama, 12 november 2003.

 

____________