HET REPUBLIKEINS GENOOTSCHAP

____________

Sinds gisteravond sta ik vierkant achter Claus.
De prins lacht zich ook een ongeluk om de poppenkast en veegt in het openbaar de vloer ermee aan.
Adorabele man. Maar hij kan met zijn weerzin verder geen kant op.
Wij wel. Wij kunnen zeggen dat het een vertoning is en moeten daar conclusies aan verbinden.
Ik haat mezelf om m'n jarenlange automatische meegedoog als er weer eens
watermanagement klonk, troonrede galmde of verloving dreigde.

 Jan Mulder, de Volkskrant, 1 februari 2000

____________