HET REPUBLIKEINS GENOOTSCHAP

____________







Tientallen jaren had het hof aan de pers geen kind, want met uitzondering van de
sociaal-democratische bladen, die de Oranjes ofwel ridiculiseerden of negeerden, stonden hoofdredacteuren stijf van dienstbaarheid. Bij koninklijke evenementen schreven hun
ondergeschikten keurig op wat ze zagen, zonder verder vragen te stellen.
Mocht datgene wat ze zagen naar verwachting ten paleize als pottenkijkerij worden beschouwd,
dan verscheen het niet in de krant. Zo beschrijft het huidige PvdA-Kamerlid Marja Wagenaar in haar proefschrift over de geschiedenis van de RVD hoe Volkskrant-verslaggeefster
Marijke Vetter in 1949 toevallig oog in oog kwam te staan met een minnares van prins Bernhard
voor het hotel in Tirol waar hij met Juliana vakantie vierde. Ofschoon Vetter dit detail
uit haar relaas van de vorstelijke sneeuwpret vanzelfsprekend wegliet, riep haar
hoofdredacteur Joop Lücker haar even later onder druk van de RvD terug naar Amsterdam.
Het is naar deze tijden en zeden dat Beatrix heimwee heeft, blijkens haar recente opmerking
over een enkel paleistelefoontje dat vroeger wonderen kon doen.

Dat de constitutionele monarchie in de praktijk een staatskundig verzinsel is,
blijkt uit het grote aantal bekend geworden voorbeelden van situaties waarin zowel
Beatrix´ grootmoeder Wilhelmina als haar moeder Juliana het kabinet naar haar hand zette
of probeerde te zetten. Juist omdat de werkelijkheid niet spoorde met de staatsrechtelijke
pretentie, was de noodzaak de schijn op te houden zo groot.


Gerard Mulder, HP/De Tijd, 10 december 1999.

____________