HET REPUBLIKEINS GENOOTSCHAP
____________
Maar interessanter is de vraag of een ambtenaar zich
tegenwoordig in het openbaar afkeurend over het koningshuis of enig lid
daarvan zou kunnen uitlaten zonder voor zijn carrière te hoeven vrezen.
In ´De Republiek der Nederlanden´, een bundel met ´pleidooien voor het
afschaffen van de monarchie´, vertelt
Martin van Amerongen over de reacties op de oprichting van het Republikeins
Genootschap in 1997.
Hoewel geen van de leden van het RG op dat moment formeel in overheidsdienst
werkte, zag een deel van hen zich
niettemin gedwongen in de weken na het uitlekken van het nieuws over de oprichting
een bagatelliserende houding aan te nemen.
Kennelijk was de inschatting vooraf van Elsevier-topman en mede-initiatiefnemer
´de republikeinse staatsvorm (...) het enige massaal voorkomende Nederlandse
taboe is´ niet ver bezijden de waarheid.
Omdat men de discussie toch wil blijven stimuleren, is nu deze goed verzorgde bundel
met artikelen verschenen,
met bijdragen van onder andere Jaap van Heerden die zich over de psychologie
van het Oranjesprookje buigt,
en Jeroen Brouwers die van mening is dat men met de onlangs aan
Willem-Alexander aangeboden vijftigdelige
´Volledige Werken´ van Louis Couperus net zo goed de hofvijver had kunnen
dempen.
De Republiek der Nederlanden is een bundel waarin over het algemeen beheerst en
voorzichtig wordt betoogd, maar waarin
toch enkele harde woorden vallen. En voor wie op school is ingeprent hoe zeer
volk en Oranje elkander altijd weer tot
heil van het vaderland hebben gevonden, is het ronduit schokkend om bij A.J.
Dunning
(met verwijzing naar de historicus Verwey) over de rol van het vorstenhuis te
lezen:
´Onze drie grote staatslieden, Oldenbarneveldt, De Witt en Thorbecke, hebben
die machtsaspiraties geblokkeerd,
de eerste twee ten koste van hun leven.´
Niek Miedema, Vrij Nederland, 10 oktober
1998
____________