HET REPUBLIKEINS GENOOTSCHAP

____________

De vice-president [van de Raad van State] achtte het ook nodig het politieke bedrijf de oren te wassen. Hij signaleert dat
'het voor een individueel kamerlid of partij moeilijker (wordt) de verleiding te weerstaan mee te liften
in de publicitaire aandacht die het koningschap nu eenmaal biedt'.
Hierin laat zich een terechtwijzing lezen van D66-kamerlid Van Walsem, die zich keerde tegen een huwelijk
van Willem-Alexander en Máxima. Feitelijk ontzegde 'de onderkoning' deze volksvertegenwoordiger
het recht zich in een publiek debat te mengen.

 

(...) Van Walsem en diens uitspraak dat 'in Den Haag bijzonder weinig mensen te vinden (zijn) die warme
gevoelens koesteren jegens het Koninklijk Huis'. Misschien is het daarom dat politici zich af en toe weinig
gelegen laten liggen aan het paleisgeheim. Het zou Tjeenk Willink sieren zich hiervan bij een volgende
 publieke uitlating rekenschap te geven, in plaats van invloed en bevoegdheden simpelweg te bagatelliseren – als
ware hij louter de opperlakei van het hof.

Remco Meijer, de Volkskrant, 24 februari 2001

____________