HET REPUBLIKEINS GENOOTSCHAP
om bij het bezoek van keizer Akahito aan Nederland te mogen demonstreren.
Deetman heeft dat verzoek destijds naast zich neergelegd en
de demonstratie verboden c.q. verplaatst naar een plek
waar de keizer de demonstranten niet zou kunnen zien. De adviescommissie bezwaarschriften
van de gemeente Den Haag
oordeelde dat Deetman met zijn beslissing de grondrechten van de demonstranten
had geschonden.
Er was onvoldoende reden aan te geven, waarom de oud- Indiëgangers niet
hun standpunt in het openbaar zouden mogen
uitdragen vis-à-vis het Japanse staatshoofd.
Deetman nam hiermee alle schuld op zich, maar in werkelijkheid hield hij hiermee
koningin Beatrix buiten schot.
Een zelfde besluit was namelijk genomen door de burgemeesters
van Rotterdam en Apeldoorn.
Ook zij hadden een demonstratieverzoek van de oud-strijders afgewezen. De
gemeente Apeldoorn erkende ruiterlijk dat dit
op verzoek van koningin Beatrix was gebeurd. Beatrix wilde niet dat de keizer
in eigen land in verlegenheid zou worden gebracht
door tv-beelden van actievoerende oud-lndiëgangers.
De koningin heeft hiermee eens te meer haar bevoegdheid overschreden.
Als er al diplomatieke complicaties dreigden, had het ministerie van Buitenlandse
Zaken dit moeten beoordelen en
naar bevinden moeten handelen. De koningin is zich er tevens ongetwijfeld
van bewust geweest dat zij met haar verzoek
censuur uitoefende en het grondrecht op demonstratievrijheid terzijde schoof.
Een bedenkelijke stap voor een staatshoofd.
De opstelling van de burgemeesters is eveneens onjuist.
Zij hebben zich door het staatshoofd laten beïnvloeden om de
grondrechten van de burgers te beperken. Deetman en de andere burgemeesters
handelen als ware lakeien!
Maar zo lang zij door de Kroon worden benoemd en niet door de burgers worden
gekozen, ligt hun loyaliteit duidelijk
bij het staatshoofd en niet bij de burgers van wie zij belangenbehartigers
(behoren te) zijn.
Gekozen burgemeesters en een gekozen staatshoofd hadden hier ongetwijfeld
prudenter gehandeld.
Deetman had in zijn excuses mede de regering kunnen vermelden.
De ministers hebben gefaald (art. 42 lid 2 van de Grondwet).
Hans Maessen, De Hofleverancier, 2 november 2002.
____________