HET REPUBLIKEINS GENOOTSCHAP

____________


Tot de betrekkelijk onschuldige, maar ongepaste folklore
behoort ook het uiting geven aan religieuze voorkeuren door het staatshoofd.
Koningin Beatrix verwijst aan het eind van de troonrede naar God en
geeft ook in andere toespraken blijk van haar protestantse sympathieŽn.
Het probleem is dat hier de vorstin onder ministeriŽle verantwoordelijkheid spreekt,
zodat de regering bij monde van Beatrix op religieus vlak stelling neemt.
Dat het voorlopig uitgesloten is dat een katholiek of atheÔst het voorname ambt
van staatshoofd gaat bekleden, valt ook moeilijk te rechtvaardigen.

 

Gerry van der List, Elsevier, 30 maart 2002

____________