HET REPUBLIKEINS GENOOTSCHAP
____________
Het is
vermakelijk te zien wat voor aandacht enige opmerkingen van de
fractievoorzitter van D66, Th. De Graaf,
kunnen krijgen. Die wil, kort gezegd, de koning geen deel meer doen zijn van de
regering en zijn rol bij de
kabinetsformatie tot nul reduceren. De koning zou nog slechts een protocollaire
functie vervullen en ook
het vraagstuk van de ministeriële verantwoordelijkheid voor de leden van het
koninklijk huis zou worden opgelost.
Dit alles is oude koek. Er werd uitgebreid over gediscussieerd en geschreven in
de jaren zestig en tachtig,
zonder dat er veel veranderde.
Ondanks het feit
dat de ideeën van De Graaf alle oude koek zijn, namen de meeste politieke
partijen er onmiddellijk
en zelfs met enig misbaar afstand van. Van de meestal koningsgezinde politieke
stromingen, zoals de VVD en het CDA,
lag dat voor de hand. Maar de PvdA die toch reeds sinds mensenheugenis
republikeinse standpunten inneemt,
bleek nu zelfs plus royaliste
que le Roi.
Rehwinkel bleek geen behoefte aan discussie te hebben
en H. Tjeenk Willink,
vice-president van de Raad van State, vroeg zich zelfs af of de koning niet
meer bevoegdheden moet krijgen dan hij nu bezit.
C.A.J.M. Kortmann, de Volkskrant, 11 april
2000
____________