HET REPUBLIKEINS
GENOOTSCHAP
Ook op een ander
cultureel vlak speelt de koningin een rol: de omstreden aankoop van Mondriaans schilderij
Victory Boogy Woogy. Presitdent A. (Nout) Wellink van de Nederlandsche
Bank heeft in de zomer van
1998 het idee om 110 miljoen gulden aan het in oprichting zijne
kunstenfonds te schenken.
Het kunstenfonds is bedoeld om culturele werken van nationaal belang voor
Nederland te verwerven en te behouden.
Maar het geld zal het fonds nooit bereiken. Want premier Kok beslist dat de
gift ten goede komt aan de
particuliere Stichting Nationaal Fonds Kunstbezit.
De premier besluit hiertoe in samenspraak met de voorzitter van de stichting,
Jan Maarten Bol.
Maar de koningin is bij deze beslissing betrokken. Samen komen ze overeen de
beroemde Mondriaan aan te schaffen.
Er wordt tachtig miljoen gulden voor betaald, volgens kenners een veel te hoog
bedrag. Wellink is woedend over deze actie.
Premier Kok en de minister van Financiën Zalm, die de schenking van de bank
officieel moet goedkeuren,
worden overtuigd van het belang dat de koningin aan dit 'gebaar' hecht.
Deze boodschap legt gewicht in de schaal bij hun besluit over de bestemming van
de gift.
Kok laat andermaal na, de voltallige ministerraad bij deze kwestie inhoudelijk
te betrekken.
Hij meldt het slechts. En ook de fractievoorzitters in de Tweede Kamer worden
onkundig gehouden.
Het ministerie van Defensie loopt al jaren op tegen een tamelijk ongebreideld
gebruik van vliegtuigen en helikopters
door leden van het Koninklijk Huis.
De kroonprins maakt met grote regelmaat gebruik van toestellen van de krijgsmacht
om vlieguren te maken
voor het behoud van zijn brevet.
Als NRC handelsblad in januari 2000 bericht dat voorbereidingen worden
getroffen voor de verloving van
Willem-Alexander en Maxima, spreekt de hoofddirecteur
van de RVD, Eef Brouwers, dit met klem tegen.
Hoewel de krant zich op hofkringen baseert, en zelfs meent te weten dat al
wordt gestudeerd op een
huwelijkscontract, noemt Brouwers het bericht van a tot z onjuist.
n zijn contacten met journalisten voegt hij er
persoonlijk aan toe:'Geloof mij nu maar'.
Redmar Kooistra en Stephan Koole, Beatrix, 2000, 52, 92, 95, 154
____________