HET REPUBLIKEINS GENOOTSCHAP
____________
Zelfs de twee
laatste Tachtigers van deze eeuw, Roland Holst en Boutens,
dichters die om hun
allerindividueelste expressie bekend staan, lukte het niet een geloofwaardig
oranjegedicht uit de pen te krijgen.
Ze hebben het beiden geprobeerd. Roland Holst met zijn afzonderlijk uitgegeven Aan Prinses Beatrix in 1965
en Boutens met tekst van een rijmprent.
Wát het huis van Oranje ook oproept, in elk geval nooit een ook maar enigszins
acceptabel gedicht.
Goeie kunstenaars zijn slechte lakeien.
Gerrit Komrij, NRC Handelsblad, 30 april 1998.
____________