HET REPUBLIKEINS GENOOTSCHAP

____________

Van Nederhorst is na zijn brief in 1965 niet veel meer vernomen.
Hij vegeteerde in de Eerste Kamer en overleed vergeten in 1979.
Toch schreef hij in 1965 nóg iets: ´Eerlijk gezegd maak ik mij (…) zorgen over kroonprinses Beatrix, wier eigenzinnigheid krachtig in toom zal moeten worden gehouden.´
En daarmee zijn we terug bij het begin: Lubbers en Kok.

Lubbers regeerde met Beatrix twaalf jaar het land, onder zijn politieke verantwoordelijkheid.
Beatrix vond dat wel zo prettig en overzichtelijk. Maar misschien moet je zeggen dat
de majesteit samen met Lubbers regeerde. Na de kabinetsvergadering op vrijdag bezocht de
premier op maandag de koningin in Huis ten Bosch .
Beatrix had dan altijd enige A4-tjes en met het oog daarop gericht zei zij soms:
´Zouden we dat nu wel zo doen?´ De vrijdag daarop kwam Lubbers dan in het kabinet
even op de besluiten van de vorige week terug, vaak met de woorden:
´Ik heb er nog eens over nagedacht en bij nader inzien…´

Het is ook de schuld van Kok. Want nadat hij Lubbers was opgevolgd, draaide hij
de gegroeide gewoonten niet terug. Beatrix, die nooit iets tekent zonder het eerst
(desnoods in samenvatting) gelezen te hebben, vond dat uitstekend zo.
En intussen schoof, daar waar het om woorden en daden van de leden van het koninklijk huis
ging, de grens tussen privé en publiek steeds verder op in de door Beatrix gewenste richting.

 

J.G. Kikkert, Oranjebitter Oranjeboven, uitgeverij Aspekt, Soesterberg 2002.

____________