HET REPUBLIKEINS GENOOTSCHAP
____________
meende dat de zaak via een motie haar beslag moet krijgen. Want waarom mochten
de gemalinnen van de Oranjevorsten zich in de
negentiende eeuw wel koningin noemen, vraagt PvdA´er P. Rehwinkel zich
verontwaardigd af.
´Waarom zouden we daar anno 2002 van afwijken?´
Het is niet moeilijk deze schokkende onrechtvaardigheid te verklaren. Ons
koningschap is het product van de postnapoleontische Restauratie.
De Heilige Alliantie beschouwde monarchieën als de garantie voor stabiliteit.
Daarom werden er bij de vleet Deense en Duitse prinsen op de Balkan gedropt.
Het Koninkrijk der Nederlanden is eigenlijk ook zo´n Balkanmonarchie.
Het dankt zijn bestaan louter en alleen aan de wens van het Verenigd Koninkrijk
om ten noorden van Frankrijk een sterke staat te creëren.
Een farce kan alleen met koninklijke middelen geneutraliseerd. Anders dan
academische titulatuur is koning(in) geen wettelijk beschermd predikaat.
Als mevrouw M. van Oranje-Zorreguieta van het parlement de titel koningin mag
voeren, dan kunnen we ons voortaan allemaal koning noemen.
Het is even wennen maar de aanspreking ´mijnheer´of ´mevrouw´die vroeger was
voorbehouden aan de deftige stand, is ook geprolifereerd.
Zo wordt toch nog de democratische gelijkheid bewerkstelligd. Nederland heeft
voortaan geen burgers, maar 16 miljoen koning(inn)en?
Anton
van Hooff, Trouw, 30 april 2002.
____________