HET REPUBLIKEINS GENOOTSCHAP

____________






Weet u wanneer ik voor het koningshuis ben? Als ze hun gigantische kapitaal aan een goed doel geven. Laten ze met die miljarden,
want ze hebben miljarden, laten ze daarmee Afrika helpen, waar het stikt van de aids, of laten ze het hier stoppen in
de gezondheidszorg, of in het onderwijs, laat ze er desnoods treinen voor kopen die rijden.

Maar zolang wij, van onze belastingcenten, dat zootje daar onderhouden - want zo is het - ben ik niet koningsgezind!

Dat is toch schandelijk als je er over nadenkt... De stad kan alleen een beetje opgeruimd worden omdat
zon jonge knul, die er niks voor heeft hoeven doen, een beetje gaat trouwen. Kom op zeg, zo lust ik er nog wel een paar.
Kijk, een arts, die mensen van de dood redt, die zouden ze in een gouden koets door de stad moeten rijden.
Maar niet zon lul als die Willem-Alexander die alleen maar prins is omdat zn moeder koningin is. Waar slaat dat nou op?
Kijk voor die arts neem ik mijn haarstukje af... haarstukje ... leuk h ... want niemand draagt meer een petje...
Maar voor zon Willem-Alexander buig ik niet, daar heb ik minachting voor. Daar heb ik echt maling an.


Theodor Holman, Het Parool, 24 januari 2002

____________