HET REPUBLIKEINS GENOOTSCHAP

____________

Akkermans maakt duidelijk dat in een modern democratisch bestel als het Nederlandse een koning niet op zijn plaats is.
Enerzijds is hij onschendbaar, anderzijds heeft hij wel degelijk invloed.
Denk aan de keuze van de kabinetsformateur en -informateur, daar heeft het staatshoofd een duidelijke hand in,
terwijl er geen democratische controle over mogelijk is. De koning hoeft zijn keuze verder niet te verantwoorden,
behalve dan dat hij zich laat bijstaan door diverse raadgevers.

 

Volgens de rector is er nooit echt een grondwettelijke noodzaak voor het instellen van de monarchie geweest.
In de toekomst ziet hij die evenmin. Al is de monarchie geen politiek twistpunt, het is wl een vreemd element.
En het wordt ook steeds vreemder vooral als Europa verder opschuift in de richting van een federale eenheid
met sterke eenheidskenmerken. Daarin kan de monarchie niets meer voorstellen.

 

 

Ad Hofstede, Erasmus Magazine, 12 maart 1998.

____________