HET REPUBLIKEINS GENOOTSCHAP

____________

Hedy d'Ancona, PvdA-minister van Welzijn, Volksgezondheid en Cultuur in het derde kabinet-Lubbers (1989-1994):
De allereerste keer dat ik als minister de koningin zag, zei ze tegen mij:
'Mevrouw, kunt u alstublieft iets doen aan dat ver-schrik-ke-lijke logo van WVC?!'.
Dat was meteen na afloop van de fotosessie op het bordes.
Ik zei: Dat is nogal wat. Daar zijn heel goede ontwerpers mee bezig geweest.
Nog afgezien van het feit dat mijn particuliere mening er niet toe doet, zou ik er sowieso niet over denken om
aan zo'n logo te gaan morrelen. Maar de koningin zei gewoon dat het haar niet beviel.
Als ze dingen monsterlijk vond, zei ze dat nogal openhartig. Daar werd ik in het geheel niet zenuwachtig van.
Ik vond het eigenlijk wel grappig. Ik heb nooit begrepen waarom je, als de koningin een opvatting te berde brengt,
hyperventilerend naar het departement zou moeten rennen om die opvatting in daden om te zetten.
Die neiging heb ik nooit gevoeld.

 

Jo Ritzen, PvdA-minister van Onderwijs in het derde kabinet-Lubbers en het eerste kabinet-Kok (1989-1998):
'Ze (Lubbers en Kok) lieten zich er op voorstaan dat ze eens per week met de koningin spraken.
Dat privilege gebruikten ze ook om zichzelf af te schermen en hun macht in de ministerraad te ondersteunen.
Zo van: je kunt dat wel vinden, maar ik en de koningin.'

 
Een verhaal apart zijn de benoemingen, onderscheidingen en kwesties het koninklijk huis betreffende.
Deze behoren naar de opvatting van de Oranjes sowieso tot het koninklijk prerogatief.
Een mooi voorbeeld van deze opstelling is het volgende: Juliana verlangde een omvangrijk koninklijk huis.
De politiek was tegen. Het kabinet-Den Uyl (1973-1977) hanteerde twee agenda's voor de ministerraad:
een voor de komende vrijdag, een voor de weken die volgenden.
Vier jaar lang stond elke keer opnieuw de samenstelling van het koninklijk huis op de agenda, ter
behandeling in een der komende ministerraden. Vier jaar lang verzette Juliana zich met hand en tand
tegen de beperkingen die Den Uyl wenste. Koningin en premier kwamen niet verder.
Het obstakel werd pas opgeruimd onder Van Agt (1977-1981) Die gaf Juliana haar zin.

 

Hedy d'Ancona: "In het begin van mijn ministerschap bleek dat nog net onder minister Brinkman dat paleisje
van de koningin op het Voorhout was aangekocht, voor drie miljoen gulden.
Ik vond dat raar, Nederland heeft de hoogste museumdichtheid ter wereld en het waren jaren
van grote schrielte. Ik was behoorlijk verontwaardigd over hoe dat was gegaan.
Lubbers maakte me duidelijk dat er niet meer aan te tornen viel.
De eerst volgende keer dat ik op Huis ten Bosch kwam, heeft Beatrix zonder
dit concrete geval te noemen een schets gegeven van de benarde financiŽle situatie van het koninklijk huis.
Beatrix zei dat iedereen altijd maar de onjuiste indruk had dat Oranje zoveel geld had."

 

Jan Hoedeman en Jan Tromp, Volkskrant Magazine, 29 april 2000

____________