HET REPUBLIKEINS GENOOTSCHAP
____________
De allereerste keer dat ik als minister de koningin zag, zei ze tegen mij:
'Mevrouw, kunt u alstublieft iets doen aan dat ver-schrik-ke-lijke logo van
WVC?!'.
Dat was meteen na afloop van de fotosessie op het bordes.
Ik zei: Dat is nogal wat. Daar zijn heel goede ontwerpers mee bezig geweest.
Nog afgezien van het feit dat mijn particuliere mening er niet toe doet, zou ik
er sowieso niet over denken om
aan zo'n logo te gaan morrelen. Maar de koningin zei gewoon dat het haar niet
beviel.
Als ze dingen monsterlijk vond, zei ze dat nogal openhartig. Daar werd ik in
het geheel niet zenuwachtig van.
Ik vond het eigenlijk wel grappig. Ik heb nooit begrepen waarom je, als de
koningin een opvatting te berde brengt,
hyperventilerend naar het departement zou moeten rennen om die opvatting in
daden om te zetten.
Die neiging heb ik nooit gevoeld.
Jo
Ritzen, PvdA-minister van Onderwijs in het derde kabinet-Lubbers en het eerste
kabinet-Kok (1989-1998):
'Ze (Lubbers en Kok) lieten zich er op voorstaan dat ze eens per week met de
koningin spraken.
Dat privilege gebruikten ze ook om zichzelf af te schermen en hun macht in de
ministerraad te ondersteunen.
Zo van: je kunt dat wel vinden, maar ik en de koningin.
Een verhaal apart zijn de benoemingen, onderscheidingen en kwesties het
koninklijk huis betreffende.
Deze behoren naar de opvatting van de Oranjes sowieso tot het koninklijk
prerogatief.
Een mooi voorbeeld van deze opstelling is het volgende: Juliana verlangde een
omvangrijk koninklijk huis.
De politiek was tegen. Het kabinet-Den Uyl (1973-1977) hanteerde twee agenda's
voor de ministerraad:
een voor de komende vrijdag, een voor de weken die volgenden.
Vier jaar lang stond elke keer opnieuw de samenstelling van het koninklijk huis
op de agenda, ter
behandeling in een der komende ministerraden. Vier jaar lang verzette Juliana
zich met hand en tand
tegen de beperkingen die Den Uyl wenste. Koningin en premier kwamen niet
verder.
Het obstakel werd pas opgeruimd onder Van Agt (1977-1981) Die gaf Juliana haar
zin.
Hedy
d'Ancona: "In het begin van mijn ministerschap bleek dat nog net onder
minister Brinkman dat paleisje
van de koningin op het Voorhout was aangekocht, voor drie miljoen gulden.
Ik vond dat raar, Nederland heeft de hoogste museumdichtheid ter wereld en het
waren jaren
van grote schrielte. Ik was behoorlijk verontwaardigd over hoe dat was gegaan.
Lubbers maakte me duidelijk dat er niet meer aan te tornen viel.
De eerst volgende keer dat ik op Huis ten Bosch kwam, heeft Beatrix zonder
dit concrete geval te noemen een schets gegeven van de benarde financiële
situatie van het koninklijk huis.
Beatrix zei dat iedereen altijd maar de onjuiste indruk had dat Oranje zoveel
geld had.
Jan
Hoedeman en Jan Tromp, Volkskrant Magazine, 29 april 2000
____________