HET REPUBLIKEINS GENOOTSCHAP
____________
nog schooljongens waren, zei een observeerder van de Nederlandse monarchie dat,
als we de statistiek als
maatstaf nemen, het zeker was dat tenminste één van die prinsen óf met de
justitie in aanraking zou komen
óf een meisje zwanger zou maken óf een drugsprobleem zou krijgen.
Maar
onze pessimist zei toen ook dat het funest voor het koningschap zou zijn als er
in Nederland
een groot aantal families zou ontstaan die, door hun huwelijkse relatie met het
koninklijk huis, een aparte plaats
in de maatschappij zouden innemen – al was het maar doordat zij omringd zouden
worden door
de onvermijdelijke snobs en verheerlijkt door Telegraaf en damesbladen.
Kortom,de vorming
van cliques en klieken om het koninklijk huis was allesbehalve denkbeeldig.
J.L.
Heldring, NRC Handelsblad, 25 mei 2001
____________