HET REPUBLIKEINS GENOOTSCHAP
____________
zich tien seconden in de Zorreguieta-discussie mengde en onmiddellijk de oude
baas van zijn aanstaande
schoonvader erbij haalde. Laten wij
zeggen dat dit op zijn zachtst gezegd niet handig was.
Hij begon over de brief en de journalisten vroegen wie die brief geschreven
had, toen wist hij het even niet meer.
De schat. Een prins in het nauw maakt rare sprongen.
(...)
jullie mogen nog een jaar of tien in die veel te grote paleizen blijven wonen
en dan gaan jullie, net als wij,
ook aan het werk. Het is voorbij. De poppenkast heeft lang genoeg geduurd.
Wij
hebben jullie zo langzamerhand helemaal gehad,
en volgens mij zijn jullie ons ook al een tijdje spuugzat.
Dus
doe verstandig en treedt terug. Laten we stoppen met de onzin. En als je wel
wilt blijven, dan weet je
dat die Jorge niet op het door ons betaalde bordes kan verschijnen. En hij kan
ook niet in een koetsje
en ook niet naast je moeder aan tafel. Tenminste niet zolang wij het betalen.
Van D66 mag hij wel op het bordes,
mits hij bukt. Maar dan kunnen we hem niet raken. En als hij bukt, wordt je
heteroseksuele broer weer nerveus.
Dus nogmaals: als je Máximaatje koningin van ons land wil worden, kan haar
vader niet op die bruiloft komen.
Zo simpel zit dat. Is dat zielig voor haar?
Nee hoor, dat is helemaal niet zielig, want er zijn duizenden Argentijnse
meisjes
die hun vader op hun huwelijk hebben moeten missen.
Youp
van 't Hek, NRC Handelsblad, 10 maart 2001
____________