< HET REPUBLIKEINS GENOOTSCHAP

 

HET REPUBLIKEINS GENOOTSCHAP

 

En de republiek, 'die komt er gewoon'
Van onze verslaggever Remco Meijer

President Balkenende? Als het aan het Republikeins Genootschap ligt wel. Over het vraagstuk 'monarchie of republiek' is alles wel gezegd, aldus dit spraakmakende gezelschap. Die republiek komt er gewoon, vroeg of laat. Kwestie van 'hygiëne van de geest', pleegt genootschapvoorzitter Pierre Vinken te zeggen.

De vraag is nu: welke republiek willen we eigenlijk?

Met een manifest vandaag in de Volkskrant, presenteert het genootschap (opgericht in 1996, zo'n 150 leden, lidmaatschap alleen op uitnodiging) drie modellen voor de Republiek Nederland. Het manifest is gebaseerd op een deze week te verschijnen boek.

Vinken heeft twee jaar geleden een werkgroep geformeerd van vier juristen die drie nieuwe grondwetten schreven. De keuze is, kortweg gezegd, aan het volk.

'Ik ben geen Oranjevreter', zegt Wim Voermans, hoogleraar staats-en bestuursrecht aan de universiteit van Leiden en een van de leden van de werkgroep. 'Maar ik ben wel sterk gekant tegen het politieke koningschap. Inmenging in formaties, lid zijn van de regering, daar moeten we van af. 'De vraag is: stel dat je het koningschap afschaft, wat dan? Ja, we worden een republiek, maar wat zijn de haalbare varianten? Uitgangspunt van denken was dat we niet in een presidentieel systeem leven, zoals in de VS, maar in een parlementair systeem en dat moet zo blijven. Wij kennen het primaat van het parlement. Daar staat een regering naast. Dat heeft drie modellen opgeleverd.'

In de eerste variant is de premier tevens president. 'We tillen de koning uit de Grondwet, schuiven hem constitutioneel terzijde', zegt Voermans. Dat is volgens hem een reële optie.

In de tweede en derde variant kiest het parlement een president. Voermans: 'Ons uitgangspunt sluit een door de bevolking gekozen president nu eenmaal uit.' In variant twee vervult de president louter ceremoniële taken. In de derde variant, die lijkt op het Duitse stelsel, is de president opgetuigd met enkele bevoegdheden, zoals het tekenen (of afwijzen) van wetten en verdragen.

De hamvraag is natuurlijk of Nederland hierdoor een beter land wordt. 'Daarvan ben ik overtuigd', zegt Voermans. 'Mijn standpunt is dat in de wetten van de democratie het koningschap niet past. Er gaat het verkeerde signaal van uit dat je als burger geen greep hebt op de werkelijk belangrijke functies. Het politieke koningschap is een bevestiging van de veel bekritiseerde kloof tussen politiek en burger.'

de Volkskrant, 08-09-2004, Voorpagina.

____________

 

´Met nieuwe staatsvormen op zak kan Oranje opstappen'
Nederland toe aan republiek: maar welke?
Moderne monarchie is innerlijke tegenstrijdigheid
Met nieuwe staatsvormen op zak kan Oranje opstappen

Volgens het Republikeins Genootschap is de monarchie terminaal. Een werkgroep onder leiding van Pierre Vinken ontwikkelde drie modellen voor de Republiek Nederland.

aen monarchie is een anomalie in de moderne tijd, Een een moderne monarchie is een innerlijke tegenstrijdigheid. Het alternatief voor de bestaande Nederlandse monarchie is een republiek. Al het andere is lapwerk en verdoezeling. Natuurlijk heeft de dynastie van de Oranjes sinds 1814 de nodige moderniseringen in de zin van machtsreducties moeten slikken. Dit proces is nog steeds niet afgelopen.

De merkwaardigheid, die men elders in Europa niet makkelijk aantreft, dat de koning deel uitmaakt van de regering, en deze volgens het koninkrijksstatuut zelfs voert, heeft zijn langste tijd gehad. Wie de geschiedenis van de laatste twee eeuwen in Europa beziet vanuit het perspectief van de verdringing van de monarchie kan maar tot ééen conclusie komen: de dagen zijn geteld. Het absolutisme, het losgemaakte, wordt gebonden aan constituties, gaat over in de heerschappij van het parlement, wordt verder teruggedrongen door het toekennen van een onschendbaarheid die tegelijk zijn irrelevantie uitmaakt, om vervolgens in de periferie van het ceremoniële, de vlaggen en de koetsen weggezet te worden, voordat uiteindelijk het koningschap wordt afgeschaft.

Hoe komt het dat de monarchie een overleefde staatsvorm is geworden? Daarvoor is een flink aantal oorzaken aan te wijzen.

In de eerste plaats zijn de meeste varianten van de leer van de volkssoevereiniteit strijdig met het bestaan van dynastieën die hun positie niet afleiden van die van het volk en zijn vertegenwoordigers als exclusieve bron van staatsgezag, maar regeren bij de gratie Gods of vanwege uit de feodaliteit overgeleverde leenheerschappen. In Nederland is het Plakkaat van Verlatinge dat in 1581 werd vastgelegd door de Staten-Generaal der Verenigde Nederlanden zo'n manifestatie van de omslag naar de volkssoevereiniteit.

De scheiding van kerk en staat, gestimuleerd door de religieuze diversificatie, ook in de Lage Landen, brengt een tweede slag toe aan de dynastieke heersersgeslachten. Hun verbondenheid met een bepaalde kerk of religie, waaraan zij ook hun positie ontleenden, wordt verzwakt als zij daarvan worden losgesneden, terwijl de bevolking verschillende religies aanhangt. De Verlichting, met de godsdienstvrijheid die zij meebrengt, holt de symbolische grondslagen van de dynastieke opvolging uit en brengt uiteindelijk de Franse revolutie voort, die het koningschap guillotineert. Bovendien hoeft de vorst ook niet meer een bepaalde denominatie aan te hangen. Ook al bevatte de Grondwet van 1814 nog een uitdrukkelijke bepaling dat de Souvereine Vorst de christelijke hervormde Godsdienst aanhing. Wij zien niet meer in waarom de goddelijke voorzienigheid meebrengt dat de Oranjes nu juist hervormd zouden moeten zijn.

De democratie en de rechtsstaat verdragen zich ook niet met erfelijk koningschap, zeker als het koningschap een functie in de regering vervult. Alle Nederlanders zijn op gelijke voet in de openbare dienst benoembaar, zegt onze Grondwet. Zolang er een erfelijk koningschap bestaat is dit niet waar: niet alle Nederlanders kunnen koning worden, en zij komen niet op gelijke voet in aanmerking om deze speciale plaats in de regering en andere openbare functies (voorzitterschap van de Raad van State) te vervullen. Het gelijkheidsbeginsel, ook uitgedrukt in artikel 1 van de Grondwet en in internationale verdragen, wordt geschonden. Dat geldt ook voor de grondwettelijke belastingvrijdom van de koning, waarmee het beginsel van gelijkheid bij het dragen van de publieke lasten geschonden wordt. De uitingsvrijheid, het recht op privacy, allerlei politieke rechten van leden van het vorstenhuis staan onder de zware druk van de eisen die aan het koningschap gesteld worden. Het recht om vrij een huwelijk aan te gaan staat onder de curatele van de Staten-Generaal, met als straf (of beloning) op eigenwilligheid het verval van de rechten op de troon.

De rol van staatshoofd en symbolisch lichaam van de Nederlandse soevereiniteit staat en valt met het bestaan van Nederland als soevereine staat. De Nederlandse staat is intussen, net als de meeste andere Europese staten, aan geweldige erosie onderhevig door het overdragen van steeds meer bevoegdheden aan de Europese Unie die afstevent op een of andere vorm van een federatief verband. De EU heeft zichzelf nu, als een echte grootstaat, een eigen grondwet gegeven, al heeft deze de halfslachtige vorm van een verdrag gekregen.

Om deze en soortgelijke redenen zijn in Europa de meeste monarchieën die twee eeuwen geleden nog bestonden, overgegaan in republieken. Daarom is er ook in Nederland alle reden om na te denken over een leven na de Oranjes. Er zijn immers allerlei republikeinse staatsvormen denkbaar, en deze komen in Europa ook in de praktijk voor.

Vandaar dat onze werkgroep zich ertoe heeft gezet om na te denken over voor Nederland geschikte modellen.

De werkgroep nam als uitgangspunt dat de modellen zo dicht mogelijk bij de bestaande inrichting van de Nederlandse staat moesten blijven. Allerlei desiderata die niet samenhangen met het einde van het dynastieke koningschap zijn onaangeroerd gebleven. Het parlementaire stelsel moest dus integraal overeind blijven, met inbegrip van het vertrouwensbeginsel zoals dat hier zich heeft ontwikkeld. Daarmee is de bandbreedte al meteen danig versmald: een presidentieel stelsel zoals dat in de VS is ontwikkeld, werd verworpen omdat dit meer macht geeft aan een regeringsleider annex dan in de Nederlandse cultuur aanvaardbaar is. Ook het Franse stelsel van tweehoofdigheid, premier en president, leidt tot conflicten als zij van politieke richting verschillen en is ons te machtig.

Vandaar dat wij uiteindelijk drie modellen presenteren, die in het Nederlandse bestel passen:

De nul-variant. Na het wegvallen van de monarchie komt er niets voor terug. De rol van staatshoofd groeit aan bij die van de minister-president als regeringshoofd. Voorzieningen in de Grondwet blijven beperkt: er hoeft geen ambtstermijn worden vastgesteld, geen verkiezing geregeld. Wat wel daarin geregeld moet worden, is de regeringsvorming en de benoeming van ministers en staatssecretarissen, want met het verdwijnen van de koning moet diens rol worden overgepakt. Wij stellen de voorzitter van de Tweede Kamer voor, die na raadpleging van een aantal functionarissen, het initiatief tot de regeringsformatie neemt. Dit sluit aan bij de ooit aangenomen maar nooit uitgevoerde motie-Kolfschoten. Ook moet de rare figuur worden opgeruimd van het aan de koning toevallende voorzitterschap van de Raad van State, waardoor deze, als lid van de regering, zijn eigen raadgever wordt. Dit voorzitterschap wordt een echte benoeming, zoals die van de vice-voorzitter nu.

In het tweede model gaat het om een president, los van de minister-president, met een zuiver ceremoniële en symbolische functie. Het lijkt op de rol die in Zweden de koning vervult. Hij speelt een feliciterende, verzoenende, troostende of vermanende rol, en daarnaast verricht hij protocollaire taken. Ook hier hoeft in de Grondwet niet veel gewijzigd te worden, afgezien van het elimineren van de koning. Wel moet de benoeming geregeld worden. Gegeven de meest symbolische functie hoeft hij niet zwaar gelegitimeerd te worden. Verkiezing door de meerderheid van de Staten-Generaal in verenigde vergadering is voldoende. Door de ambtstermijn te laten afwijken van de zittingstijd van het parlement wordt afstand gecreëerd tussen het politieke bedrijf en de boven de partijen zittende president.

Het derde model, dat van de beschermende president, is de zwaarste variant. Hij is afgekeken van het Duitse stelsel, maar ontdaan van bondsstatelijke elemenstaatshoofd ten, en iets anders opgetuigd. De uitvaardiging van wetten en goedkeuring van verdragen komt hem toe, evenals het recht van gratie; hij draait aan de zwengel van de kabinetsformatie en ondertekent de benoemingsbesluiten voor de ministersploeg. Zijn bevoegdheid om te weigeren wetten te ondertekenen wordt gestructureerd als een suspensief veto, dat wil zeggen dat hij met opgaaf van redenen een wet terugstuurt naar het parlement ter heroverweging. Geeft dat geen aanleiding tot wijziging, dan mag de president niet meer met een rood licht zwaaien. Hij zal dit suspensief veto maar spaarzaam inzetten, vooral als de constitutionele integriteit of verdragen gevaar lopen. Ook deze president heeft een afwijkende ambtstermijn en wordt gekozen door een gekwalificeerde meerderheid van het parlement.

Het Statuut is het hoogste constitutionele document in ons koninkrijk. Dat hoeft echter Nederland niet te verhinderen de republiek in te voeren. Het Statuut is immers altijd lijdzaam gebleken bij staatkundige veranderingen.

Veel details moeten hier onbesproken blijven. Zij zijn uitgewerkt in de door ons ontworpen wetsvoorstellen met Memories van Toelichting. Met deze drie modellen hopen wij de discussie te openen over een postmonarchale staatsvorm voor Nederland. Morgen kunnen de Oranjes er de brui aan geven. Volgens het huidige artikel 30 van de Grondwet moet het Parlement dan besluiten 'omtrent de benoeming van een koning', dat wil zeggen omtrent de staatsvorm. Daarom kan maar beter bijtijds over die situatie nagedacht worden, ook voor het geval de monarchie op andere wijze aan haar eind komt.

Hans Ulrich Jessurun d'Oliveira (oud-hoogleraar migratierecht Universiteit van Amsterdam) schreef dit manifest namens de Werkgroep Grondwet van het Republikeins Genootschap. De werkgroep bestaat verder uit Meine Henk Klijnsma, ambtenaar Binnenlandse Zaken, Jan Herman Reestman, juridische faculteit Universiteit van Amsterdam, Pierre Vinken, oud-bestuursvoorzitter Reed Elsevier en Wim Voermans, hoogleraar staats-en bestuursrecht aan de Universiteit Leiden.

Ulli Jesurun d´Oliveira, de Volkskrant, 08-09-04.


 

____________

 

/BODY>