HET REPUBLIKEINS GENOOTSCHAP

____________






De journalist en publicist Philip Dröge zegt dat Bernhard von Lippe Biesterfeld voor,
 tijdens en na de Tweede Wereldoorlog als spion heeft gewerkt
voor verscheidene buitenlandse inlichtingendiensten, waarvan de Amerikaanse en de Engelse de belangrijkste zijn.
De auteur heeft voor deze ´thematische biografie´ twee jaar lang intensief onderzoek gedaan
 naar de banden die de voormalige prins-gemaal
zou hebben gehad met binnen- en buitenlandse veiligheidsdiensten.

Volgens Dröge omvatten die onder meer de CIA,
de Abwehr (Duitse contraspionagedienst), het Bureau Nationale Veiligheid (BNV)

en de Binnenlandse Veiligheidsdienst (BVD).
Ook zou de prins volgens Dröge ´diep betrokken´ zijn geweest bij anti-communistische netwerken in Europa.
De RVD wil niet reageren op de bevindingen van Dröge.

In zijn boek citeert Philip Dröge de prins als die zijn nazi-lidmaatschap nog voor de oorlog verdedigt:
´Ik doe nooit iets op een moeilijke manier.´
De schrijver merkt op dat dit ´het motto van zijn leven wordt. Bernhard is in mijn ogen een
 aartsopportunist. Een man met zin in avontuur
die zaken heeft ondernomen die eenvoudigweg niet kunnen en waarvoor ieder ander een paar jaar in de cel zou zijn beland.
Nagenoeg alles wat ik over Bernhard vond in archieven
 als het Bundesarchiv (Berlijn), de National Archives (VS) en het Public Record Office (Engeland)
schampte langs het begrip geheime diensten. Hij heeft er zeker voor acht gewerkt, nationaal en internationaal.´

Inmiddels, zegt Philip Dröge , is de schroom overwonnen
om te publiceren over leden van het koninklijk huis, met name prins Bernhard.
Na het Lockheed-schandaal  in 1976 weet zelfs
 de meest fervente Oranje-aanhanger dat Bernhards blazoen flink wat smetten vertoont.
Dat is, zegt Dröge, wel eens anders geweest.
Ten tijde van de Greet Hofmans-affaire aan het hof publiceerde elke buitenlandse krant onthullende verhalen,
van de New York Times en de Herald Tribune tot Der Spiegel en de Daily Express.
In Nederland hadden de hoofdredacteuren gewoon onderling afgesproken niets over de zaak te schrijven.
Zó serviel, werkelijk zum kotzen.


Arno van Gelder, Algemeen Dagblad, 27 juli 2002

____________