HET REPUBLIKEINS GENOOTSCHAP

____________







Het zou misschien te ver gaan uit de impliciete afwijzing van de door de regering gekozen benadering de conclusie te trekken dat
de parlementaire toestemming tot het huwelijk op valse gronden is verkregen.
Maar wel geeft de reactie van Willem-Alexander opnieuw voedsel aan ernstige twijfel over zijn inzicht in zijn huidige en toekomstige
constitutionele positie. Per slot van rekening pleegde hij recidive. Hij was al eens door de minister-president tot de orde geroepen
wegens een soortgelijke uiglijder. Dit kan niet meer worden afgedaan als een beetje dom.
De vraag over de banale uitvluchten van Zorreguieta was te verwachten.
De kroonprins zal zich dus op een antwoord hebben voorbereid. Zijn adviseurs moeten hem er op gewezen hebben
dat het bagatelliseren van het rapport-Baud zijnerzijds een uiterst pijnlijke staatsrechtelijke dwaling inhoudt.
Of hebben die adviseurs hem wijsgemaakt dat hij, gegeven de populariteit en het geslaagde charme-offensief van Máxima,
zich wel een aardig publiek gebaar naar zijn schoonvader kon veroorloven?
En wat zegt dat over de innerlijke overtuiging en van de kroonprins aangaande de mensenrechten en de slachtoffers van het regime-Videla?
Ik vrees dat hij daar onverschilliger over denkt dan over de geloofwaardigheid van zijn schoonvader.
Bijna twee eeuwen geleden, in 1813, aanvaardde Willem I de Nederlandse soevereiniteit ´onder waarborging eener wijze constitutie´,
zoals hij officieel zei, maar officieus merkte hij op: ´De grondwet hoeft slechts beschouwd te worden als een stuk speelgoed in handen van het volk,
om dit den waan van vrijheid te geven, terwijl men het in wezen kneedt naar de omstandigheden.
´

Elsbeth Etty, NRC Handelsblad, 19 januari 2002

____________