HET REPUBLIKEINS GENOOTSCHAP

____________

Willem van Oranje huwde vier keer en had vijftien kinderen van wie elf dochters. Hij had als jong en
vermogend edelman aan het Brusselse hof talloze amourettes.
 Willem zelf had een zoon uit een relatie met een burgemeestersdochter

 

Maurits was vrijgezel maar had tal van kinderen bij dochters uit het gewone volk.

 Ook Frederik Hendrik had een buitenechtelijke zoon.

 Buitenechtelijke nakomelingen waren er van Willem van Oranje, Maurits, Frederik Hendrik en
koning Willem III waarbij de prinsen-gemaal genetisch buiten beschouwing kunnen blijven.
Na de stadhouder-koning kwam de Friese tak aan het bewind en huwde, met Anna Paulowna als uitzondering,
Duitse landadel uit de talloze staatjes waarin Duitsland na de vrede van Mnster was uiteengevallen.
Genetisch is de Friese Oranjedynastie van Duits bloed, al is er vermenging en verre verwantschap
met alle Europese vorstenhuizen. Er is geen rechte afstamming door de kinderloosheid van
stadhouder Willem III, al is een kleindochter van Willem van Oranje gehuwd met een kleinzoon
van Willem de Oude en is hun achterkleinzoon stadhouder Willem IV.
Het Duitse bloed heeft niet verhinderd dat het Oranjehuis zelf zich altijd, met als grote
voorbeeld de Zwijger, met de Nederlanden verbonden heeft gevoeld
en bij het groeiend nationaal bewustzijn daardoor zijn positie heeft versterkt.

 

Van de genealogie naar de genetica is maar n faux pas. De bastaardzonen en -dochters van Oranje,
soms bekend maar vaker verondersteld, komen bij vrijwel alle generaties voor en hebben Oranjegenen,
zo die herkenbaar zouden zijn, door de Nederlanden verspreid.
Er zijn afstammelingen, als de drie Engelse dames uit de familie van Zuylenstein, die meer van Oranje
hebben gerfd dan de Friese tak. Het is genetisch niet ondenkbaar dat de seksuele avonturen van Maurits
onder het gewone volk hem nakroost hebben bezorgd onder dochters van zeilmakers en beurtschippers,
waardoor de heer Van Vollenhoven en mevrouw Van den Broek genetisch evenveel vorstelijk bloed
bezitten als prinses Margriet of prins Maurits. Het erfelijk recht van vorsten is zelden rechte erfelijkheid.

 

In de allereerste plaats blijken ze buitenechtelijke nakomelingen in vrijwel elke generatie te hebben,
die genetisch dichter bij Willem van Oranje staan dan de huidige familie.

 

Een verzuilde en nationalistische geschiedschrijving, in school- en leerboek, heeft een beeld geschapen
van de onverbreekbare band tussen Oranjehuis en volk, gesmeed in tijden van oorlog en nood.
Die band lijkt, ook achteraf, niet zo vanzelfsprekend, voor katholieken, regenten, patriotten,
sociaal-democraten, allochtonen of republikeinen.

 

A.J. Dunning, in Rooduijn, 160, 161, 164-165, 166, 167

 

____________