HET REPUBLIKEINS GENOOTSCHAP
____________
gezindheid dat men een eventuele koninklijke onderscheiding zou behoren te
weigeren.
Naar aanleiding van de ontmaskering van het Republikeins Genootschap werd deze
merkwaardige opvatting al vaker publiekelijk geventileerd, zodat moet worden
gevreesd dat zij in brede kring heerst.
De enige koninklijke onderscheidingen echter welke door de koningin naar eigen
goeddunken
kunnen worden verleend (en waarvoor men haar terecht persoonlijk erkentelijke
zou kunnen zijn)
zijn die welke behoren tot de Huisorde van Oranje.
Alle andere worden toegekend bij Wet of Koninklijk Besluit, en bij dit laatste
is het woord
´koninklijk´ uiteraard op te vatten in constitutionele zin: de decoratie vloeit
voort uit een
gezamenlijk besluit van staatshoofd en minister(s) en is te beschouwen als een
blijk van waardering namens het Nederlandse volk.
Er is dan ook geen enkele reden, waarom een overtuigd republikein een
dergelijke onderscheiding
niet met opgeheven hoofd zou mogen aanvaarden.
Evenzo geldt dit voor alle benoemingen bij Koninklijk Besluit, en is
bijvoorbeeld ook de
officierseed te beschouwen als een eed van trouw aan het wettige staatshoofd en
geenszins aan de koning(in) als persoon!
P.C.
Dijkgraaf, NRC Handelsblad, 8 maart 1997.
____________