HET REPUBLIKEINS GENOOTSCHAP

____________

 

Ongeveer een jaar geleden werd ik lid van maar liefst twee republikeinse genootschappen.

Ik ben namelijk voor de republiek! Waarom zou het hoogste ambt in ons land alleen maar mogen toebehoren
aan een familie? En waarom bestaat in een democratie die zich laat voorstaan op transparantie
zo’n groot geheim: het geheim van Noordeinde?
Onaanvaardbaar in een moderne tijd! Wanneer morgen Nederland zou vergaan en we kunnen
het later opnieuw oprichten, zou niemand kiezen voor het koningschap.
Bovendien: koningschappen sterven uit. Als je dan toch eens tot de republiek moet overgaan, waarom dan niet nu?
Is het handhaven van de monarchie geen uitstel van executie (figuurlijk gesproken dan)?

Stad en land heb ik afgereisd om de republikeinse zaak te bepleiten en met groot succes.
Maar nu hangt voor ons republikeinen de vlag op halfstok. Ik zeg het eerlijk: we hebben gewoon verloren.
We zijn maximaal verslagen.
Maxima in het bootje, Maxima uit het bootje, Maxima zwaait, Maxima bij de trein en Maxima in het gips:
Maxima lacht en lacht en onze republikeinse beginselen verdampen.

Ik dacht: het koningschap is stervende, ten dode opgeschreven omdat de secularisatie steeds
verder voortschrijdt. Vroeger regeerde immers de vorst bij gratie Gods.
Met hulp van de almachtige kon de grootste klungel koning zijn. God zij met ons!
Kijk maar op het randschrift van de gulden.

Maar nu heeft God zich teruggetrokken. De kerken zijn leeggestroomd en de vorst staat er alleen voor.
De droom van een republikein. Immers dan moet de koning wel door de mand vallen. Dacht ik! Hoopte ik!

IJdele hoop. Sinds Maxima schittert de monarchie in volle luister. Nederland is in één grote staat van euforie.
Ze is al de populairste Oranje. We kennen haar niet echt, ze heeft maar even tot ons gesproken,
maar haar lach haalt elk verstandelijk argument onderuit.

Nu pas besef ik dat het koningschap op iets heel anders is gebaseerd: op Charisma.
En wat heeft ze een charisma!

De beroemde Duitse socioloog Max Weber sprak in dit verband van een bijna goddelijke gave.
Ik vrees: Maxima heeft die bijna goddelijke gave. En wij, republikeinen nu maar kniezen en hopen dat
haar charisma eens weer zal verbleken, dat haar ontwapenende lach verstilt.

Voorlopig rest ons niets anders dan het likken van onze wonden, in het verborgene samen te zweren
en te wachten op betere tijden.

 

Paul Cliteur, column uitgesproken in het TV-programma Buitenhof, 9 september 2001.

____________