HET REPUBLIKEINS GENOOTSCHAP

____________







Mochten we tot voor kort nog aannemen dat Lubbers de schrijver Hugo Brandt Corstius de
P.C. Hooftprijs door de neus had geboord, op gezag van Redmar Kooistra en Stephan Koole
moeten we nu aannemen dat hij zich heeft laten ompraten door koningin Beatrix,
die het gescheld van de schrijver op haar vader, prins Bernhard, niet kon verdragen.
Zoals we op gezag van deze auteurs nu ook zullen moeten geloven dat koningin Beatrix in
1987 zo nodig een optimistisch geluid over het milieu in de troonrede opgenomen wenste te zien,
met als gevolg dat de arme Lubbers zich in de Kamer in duizend bochten heeft moeten wringen
om deze passage goed te praten.

Sterker nog, de val van Brinkman in 1994 dient met terugwerkende kracht alsnog op het conto geschreven te worden van Beatrix. Nog voor iemand een wanklank over deze kroonprins
had laten horen, had Beatrix al van haar scepsis blijk gegeven.
Een man die zijn vrouw meeneemt naar het torentjesberaad die kan niet deugen, meende zij.
En jawel hoor, omdat Beatrix het zo zag, adviseerden liefst drie vooraanstaande CDAŽers,
Lubbers, Deetman en Scholten, de majesteit gedwee dat niet Brinkman
maar Kok premier moest worden.


Willem Breedveld, Trouw, 15 april 2000.

____________