HET REPUBLIKEINS GENOOTSCHAP
____________
Boten worden door de koninklijke familie
eigenlijk alleen recreatief gebruikt.
Zoals De Groene Draeck, het privéjacht
van de koningin en prins Claus, dat wordt onderhouden door de marine.
En het peperdure jacht, Jumbo VI,
dat prins Bernhard in 1998 voor ruim vijf miljoen
gulden heeft gekocht.
Op intercontinentale vluchten reist de
koninklijke familie vaak met de lijndiensten van de KLM.
Dan worden er simpelweg een aantal stoelen (ook voor de hofhouding en
beveiliging) in de
business class gereserveerd. Maar voor kortere
vluchten, vooral binnen Europa, is er het regeringsvliegtuig.
Het huidige toestel, een Fokker 70 Executive Jet,
werd in maart 1996 opgeleverd ter vervanging van de
Fellowship uit 1972. Het is oranje en wit uitgevoerde
toestel kostte 75 miljoen gulden.
Dat is vijf miljoen gulden meer dan de standaarduitvoering, maar in het
regeringsvliegtuig kan ook
worden getelefoneerd en gefaxt. De F-70, met een actieradius van 4000
kilometer, is het vierde regeringsvliegtuig.
Begin 1997 werd het toestel, dat beschikt over 26 stoelen, een vip-ruimte, een
stafruimte en een dienstruimte,
in Zwitserland voor 1,3 miljoen gulden verbouwd. De werkplekken waren te klein
en de kleurcombinaties bevielen niet.
Onderhoud van het regeringstoestel kost vijf miljoen gulden per jaar en wordt
uitgevoerd door Martinair.
Bij de Rijksluchtvaartdienst is een speciale ambtenaar werkzaam, die de
coördinatie onder zijn hoede heeft.
De koningin heeft het eerste gebruiksrecht, zelfs bij privégebruik
staat ze boven de minister-president.
Als hare majesteit
een nieuwe auto heeft, dan wordt meteen heel het wagenpark van haar hofhouding
vervangen.
Uniformiteit moet er zijn. Dus werden in 2000 15 Volvo's
van het topmodel S80, prijs vanaf ƒ 75.900 afgeleverd
bij het koninklijk staldepartement in Den Haag. Het koninklijk huis beschikt over 12 vaste chauffeurs.
Ze zijn allemaal (gratis) opgeleid door het Politie Verkeers
Instituut in Apeldoorn.
Slechts zeven leden van het koninklijk huis mogen niet op eigen houtje de weg op.
Dat zijn Beatrix, Claus, Willem-Alexander, Juliana, Bernhard, Margriet en
Van Vollenhoven. Zij worden permanent
bewaakt door de Divisie Koninklijke en Diplomatieke Beveoliging
(DKDB) van het Korps Landelijke Politiediensten (KLPD).
Als zo iemand van de koninklijke familie al alleen in de auto zit, zal er
altijd in de nabijheid een auto
van deze politiedienst meerijden.
Prinses Margriet, Pieter
van Vollenhoven en Prins Bernhard
bijvoorbeeld rijden in de topmodellen van
respectievelijk Audi, BMW en
Mercedes. Dat zijn stuk voor stuk auto's met prijzen
van toch al
gauw 150.000 tot 200.000 gulden.
In december 1993 werd de huidige
koninklijke trein opgeleverd, die voor 3,5 miljoen gulden in opdracht
van het ministerie van Verkeer en Waterstaat bij Talbot in Aken werd gebouwd.
Op de koninklijke trein rijdt vast
personeel mee, NS-medewerkers die speciaal voor de
functie van machinist of conducteur worden gevraagd.
De trein staat in Utrecht en wordt meerdere keren per jaar onderhouden.
De afschrijfkosten van de trein bedragen enkele tonnen per jaar.
Beatrix wil niet, zoals in Engeland gebeurt, dat de koninklijke trein wordt
verhuurd aan organisaties.
De koninklijke trein wordt vrijwel nooit gebruikt.
Hans
Botman en Niek Schenk, Algemeen Dagblad
, 29 april 2000