HET REPUBLIKEINS GENOOTSCHAP

____________






Republikeinen als Van den Bergh beschikken over één ijzersterk ,
democratisch argument tegen de Nederlandse monarchie:
het feit dat ons staatshoofd, dat een erfelijk ambt bekleedt,
krachtens de grondwet lid is van de regering, en sinds Thorbecke
aan de ene kant is ´afgedekt´ door het beginsel van de onschendbaarheid
en de ministeriële verantwoordelijkheid, maar aan de andere kant
dus formeel macht,
of op z´n minst invloed kan laten gelden, die oncontroleerbaar is.
 
Dat principiële bezwaar is door de jaren heen onweerlegbaar gebleken.
Het is in deze weken weer actueel vanwege de al dan niet cruciale,
maar achter de paleishekken van Noordeinde verborgen rol
die Koningin Beatrix met of zonder (of misschien wel ondanks) politieke
adviezen bij de formatie van een nieuw kabinet kan spelen.
En de tegenwerpingen van de monarchisten dat het met haar
bemoeienissen nooit zo´n vaart zal lopen, of ook dat haar rol vanwege
de traditionele verdeeldheid binnen het Hollandse coalitielandschap
zelfs onontbeerlijk is omdat ze ´boven de partijen´ staat, raken het beginsel niet.
De ´black box´ van het erfelijk koningschap, zoals Van den Bergh
het wezen van onze constitutionele monarchie bij een eerdere gelegenheid omschreef,
blijft in een moderne, 21ste-eeuwse democratie ook zonder meer een bigot anachronisme.

Jan Blokker, de Volkskrant, 24 mei 2002

____________