HET REPUBLIKEINS GENOOTSCHAP
____________
En zo, denk ik wel eens, kijkt
hij ook naar het Koninklijk Huis.
Oneindig machtig, door niemand precies gecontroleerd, altijd bereid minder volk
te intimideren, genoeg lakeien
om her en der microfoontjes in argeloze huiskamers te plaatsen, of geheime
stukken te stelen,
of bankrekeningen te vervalsen
− dus
voor wie ben je dan als ze een pasgetrouwd
eenvoudig stel het leven zuur maken.
Jan Blokker, de Volkskrant, 15
februari 2003.
____________