HET REPUBLIKEINS GENOOTSCHAP

____________

Ik keek in de afgelopen dagen naar De Hoop Scheffer, naar diens partijgenootje Van der Hoeven,
naar de liberale nazaat Te Veldhuis en naar de sociaal-democraat Tjeenk Willink: in aanleg allemaal
ministeriabele types, die nog morgen een grote regeringscoalitie kunnen vormen – en ik probeerde me voor
te stellen hoe ze overmorgen hun opwachting zouden maken in Huis ten Bosch,
waar het bloed van de Romanovs tenslotte nog altijd een beetje vloeit.

'Het lijkt wel of u een opvlieger heeft, meneer Te Veldhuis. Zal ik een raam openzetten?'
'Al zou het vriezen, majesteit – dan nóg zou ik gloeien van de Oranjewarmte die u uitstraalt.'
'Wat fluistert u meneer De Hoop Scheffer?' 'Zou u de portfeuille van Volksgezondheid op u willen nemen, majesteit?'
'Maar denkt u dat dat verenigbaar is met mijn onschendbaarheid, mevrouw Van der Hoeven?'
'Oh, majesteit, het zou een uitkomst zijn want op het Binnenhof neemt de politisering langzamerhand extreme vormen aan.' 'Wat dunkt u, meneer Tjeenk Willink?'
'Hoe meer ruimte u krijgt, majesteit, des te liever zou het me wezen.'

Zo hoorde ik ze praten, en ik wist zeker: Willem-Alexander hoeft zich nergens ongerust over te maken.

 

Jan Blokker, de Volkskrant, 11 april 2000

____________