HET REPUBLIKEINS GENOOTSCHAP

 

Al in de negentiende eeuw wees Multatuli herhaaldelijk en met nadruk op de onwaarachtigheid die het
kenmerk is van de troonrede – die immers door de ministers is opgesteld en vervolgens door de koning
wordt voorgelezen (en dus gesanctioneerd), alsof het om zijn eigen beleidsvoornemens gaat.
In Multatuli´s ogen is er, zeker na de Grondwet van 1848, een scheve situatie ontstaan. De koning is toen
het recht op regeren door Thorbecke ontnomen en toch dient hij nu jaarlijks een tekst voor zijn rekening
te nemen die het volk de indruk moet geven dat hij er zelf achter staat.



Hans van den Bergh, De Republikein, 3, 2007, 3, 44-46.

____________